voor diegenen die het nu nog niet weten,..
we zijn terug thuis
maandag 23 mei 2011
dinsdag 10 mei 2011
cambodia
next episode
Kuala Besut is wel ok, behalve ons eerste guesthouse dan. Toen we 's morgens naar de publieke badkamer gingen bleek de hele pot ondergekakt, maar echt de hele pot eh, alsof iemand van plan was een moestuin, voor een middelgroot gezin, te bemesten met zijn eigen uitwerpselen. We hebben dan maar rap een ander guesthouse gezocht.
We komen een adres te weten van een schaduwpoppen maker. Het huis ligt ergens verstopt in een afgelegen dorp. Bij onze aankomst worden we raar bekeken. Dit is duidelijk geen plaats waar touristen komen. Maar wanneer de vrouw des huizes door heeft dat we geintereseerd zijn in hoe die 'shadowpuppets'gemaakt worden nodigt ze ons uit binnen een kijkje te komen nemen. Het atelier is gewoon de livingvloer. Met zelfgemaakte bijtels (platgeslagen nagels en geslepen schroevendraaiers ) worden figuren uit buffelhuiden geklopt en daarna worden ze geverfd. Een werkje van lange duur. Koenraad mocht het ook eens proberen en ondervond dat het niet zo simpel is als het lijkt. De mensen vertellen ons dat er 's avonds een voorstelling is in het cultureel centrum met de poppen die zij maken en zo weten we al wat te doen die avond.
We gaan naar de voorstelling kijken maar we verstaan er helaas niks van. Ze houden ook nog voorstellingen van Malay vechtkunst, cocospercussie en een tollenspel dat we ook eens mochten proberen. Ik was er voor gemaakt, van de eerste keer prijs of wat had je gedacht!!!
De weg naar Gerik is voor de eerste keer in Malaysia eens echt mooi. Eindelijk geen palm plantages meer maar echt regenwoud. Opeens vliegt er vlak boven ons hoofd een kei grote zwart gele vogel. Ik denk dat het een Hornbill of Toekan was. Wat later moeten we ook nog eens stoppen omdat er drie aapjes (Gibbons) oversteken.
Omdat we niet naar Borneo kunnen gaan en ik toch orang oetans wil zien gaan we naar Bukit Merah Laketownresort waar ze een opvangcentrum hebben voor deze dieren.
Op het eerste eiland vangen ze de dieren op en leren hen hoe ze zich natuurlijk moeten gedragen (<-HUH?) (hoe ze een nest moeten maken, hoe ze moeten slingeren aan de takken,...)
Op het tweede eiland kijken ze of de apen kunnen overleven zonder menselijke tussenkomst. En als dat dan lukt laten ze ze terug vrij, meestal in Borneo.
Het ticket voor het apenopvangcentrum was inclusief een bezoekje aan het ecopark op het vasteland. Dit was walgelijk. Eigenlijk was het gewoon een heel slechte dierentuin. De schapen en herten zaten op een terrein waar geen sprietje gras te bekennen was, de gibbons hadden misschien 2 vierkante meter plaats,... echt om ziek van te worden. Om dan nog maar te zwijgen van de show met de papegaaien die moesten bowlen, basketten, fietsen,... met achtergrondmuziek zo luid als in een discotheek en dit allemaal naast de aziatische nachtbeer die normaal door de dag slaapt. Hier, voor alle duidelijkheid, sliep hij niet!
zucht
Perlis is de enige staat waar we nog niet geweest zijn dus: op naar Perlis! We rijden naar Perlis State Park maar als we onderweg de weg kwijt zijn en aan een grot aankomen hebben we de volgende conversatie:
wij: Hello, Is this Perlis state park?
zij: No, THIS is the CAVE OF DARKNESS
wij: waauw, klinkt sjiek, can we go in?
zij: euh, no, can not...
wij: why not?
zij: euh...it is too dark...
We arriveren uiteindelijk in het Park op woensdag maar bijna mogen we niet binnen want de koningin komt op zaterdag en ze moeten alles opruimen. Als we beloven maar 1 nacht te blijven is het uiteindelijk toch ok. Er zijn behalve twee studenten die planten verzamelen niemand. Maar het park is dan ook niet zo spectaculair. We slapen in de dorm en besluiten de matrassen van twee bedden op de grond tegen elkaar te leggen zodat we onder het muskietnet kunnen liggen. 's Nachts hoor ik opeens een krakend geluid. Als ik mijn pitslamp aandoe zie ik op minder dan 1 meter afstand een mega grote vette rat in onze eetzak wroeten. En 't is er nog eentje met karakter ook want ze wil nog niet dadelijk weglopen. Uiteindelijk stelt ze zich content met de plastiek zak waar onze zeep inzit en kunnen we (onrustig) verderslapen.
Thailand roept terug en zonder problemen kunnen we de grenspost die totaal niet officieel lijkt oversteken. We rijden tot Pakbara en nemen de boot naar Adang eiland. Het is een nationaal park waar je in de tent kan slapen. Ook hier weer zeer weinig mensen. Ik denk dat we de enige 'wittekes' waren.
Chadao cliff is maar 700m hoog maar ik denk ik dat het een van de vermoeiendste klimmen ooit is geweest. Gelukkig was het uitzicht over Lipe eiland en de rest de moeite waart. Dit in tegenstelling tot de wandeling naar de piratenwaterval. Weinig piraat en weinig val. Onderweg zijn we wel twee mensen tegengekomen die ons de andere kant van het eiland lieten zien. De baas van een groot telecombedrijf in thailand heeft een heel resort laten bouwen in het nationaal park (dat beschermd is tegen bebouwing) het is illegaal dus nu ligt het daar, volledig afgewerkt, te verkommeren zonder dat er ooit 1 tourist is geweest. Een echt spookdorp.
Natuurlijk gaan we ook nog een beetje snorkelen maar echt veel spectaculairs is er niet te zien.
Vanaf dat we terug op het vaste land zijn is het vier dagen aan een stuk brommer rijden van 's morgens vroeg tot 's avonds laat om op tijd op ons project in Sangkhlaburi te zijn. In Prachuap Khiri Khan zijn we 's morgens rustig over straat aan het rijden als de hond die ons tegemoet komt lopen vlak naast ons wordt doodgereden door een dikke auto. Ik ben er de ganse dag slecht van geweest.
Eindelijk zijn we terug op ons project in Sangkhlaburi aangekomen. En wat is er veel verandert. Ondertussen zijn Pi Chai en zijn gezin verhuist van de mudhouse naar de bamboo house, de varkens zijn er niet meer (het vrouwtje hebben ze verkocht en nadien ontdekten ze pas dat het zwanger was van 7 biggetjes) en het mannetje hebben ze opgegeten toen Pi Chai's moeder is overleden. Glua, een oudere, is ook gestorven, Mong Beu is er niet meer evenals de twee tieners Tupa en Terdy. Maar de grootste verandering,... electriciteit. Een aantal huisjes in het dorp tappen de electriciteit van Pi-Po af die een generator heeft. Ze hebben nu allemaal een tv en mega grote boxen, dvd speler,... HEEL raar daar in the middle of nowhere. Maar je moet weten dat in Birma de Junta (de militaire dictatuur) kan beslissen dat het geld van de ene op de andere dag niks meer waard is. Ze zijn het dus niet gewoon van te sparen en geven het liever uit zodat ze er iets aan hebben voor het telaat is
Wij slapen in 1 kamer van ons zelfgemaakte adventure house en Nele en Surya slapen in de andere kamer. We maken er een paar relaxe dagen van. Als we op het ultieme afscheidskampvuur (jaja dit was echt de laatste keer dat we hier op bezoek komen, het project is zo goed als afgelopen) Jim van Whispering seeds (zijn project) zien en hij ons zijn verhaal vertelt kan ik alleen maar boos worden. Hij vangt verschillende kindjes van Myanmar op waarvan de moeder meestal een sekswerkster is. In de jungle heeft hij sinds zeven jaar een zelfvoorzienend boerderijtje bebouwd, ook met natuurlijke materialen. Nu blijkt dat de buurman hem daar wegwil (waarom is maar de vraag) en hij is zelfs het terrein al schietend opgekomen. Alle kinderen moesten vluchten en Jim heeft hij met de dood bedreigt. Hij heeft mensen betaald om een petitie tegen Jim te tekenen en uiteindelijk is de politie gekomen om te zeggen dat hij nog drie dagen kreeg en dan zouden ze de kinderen bij hem weghalen en hen terug naar Birma sturen. Als je ziet hoe Jim met de kinderen omgaat en de kinderen met hem, de goede manieren die ze hebben (echt nog nooit gezien)... Zijn verhaal brak mijn hart. Hij moet nu vanaf nul beginnen en heeft niet echt sponsors waar hij op kan rekenen. Voor we op reis vertrokken heb ik beloofd om het geld van de wafels die ik verkocht had aan een goed doel te geven dat mijn hart heeft gestolen, wel, dit is dat goede doel. De kinderen verdienen iemand die om hen geeft en voor hen zorgt. Bedankt aan alle eters, jullie geld zal goed besteed worden.
Ze hebben ook een website maar die is totaal niet meer up to date. Er wordt aan gewerkt door een Canadese vrijwilliger maar die neemt er zijn tijd voor.
www.whisperingseed.org
Ons visum voor Thailand eindigt over 2 dagen dus we besluiten naar Cambodia te gaan met Timmy. Zoals gewoonlijk probeerde ze aan de grens (Poipet voor de kenners) om weer wat geld af te troggelen. Maar we kennen de trukjes ondertussen wel dus het pakte niet. In Battambang hangt een relaxte sfeer en ze hebben hier ook 2 vegetarische restaurantjes. Ideaal voor een paar dagen te blijven hangen dus. We gaan op daguitstap met Timmy naar Phnom Sampeau. Dat zijn de grotten waar de Khmer rouge de mensen vermoordde en ze in de afgrond gooiden. Nu zit er een monnik die de beenderen verzamelt en ze in een stupa legt.
Via een zandweg rijden we dan naar Banan, een tempel uit de Angkor periode. 350 Treden klimmen en een mooie tempel en mooi uitzicht als beloning.
Onze vrienden Matthew en Eny wonen in Siem Reap dus weer de baan op. We kunnen hen overhalen om mee op tempeltocht te gaan voor een paar dagen. De Angkor wat tempels hebben we allemaal al gezien, nu gaan we voor de meer afgelegen exemplaren.
Beng Melea staat als eerste op het lijstje en het is een schoontje. Hij ligt midden in de jungle en de bomen hebben hem overgenomen. Een pareltje.
Stop twee is Koh Kher. Maar het is al bijna donker dus we besluiten onze tweepersoonshangmat te gaan testen, verstopt achter een van de vele tempels. Geloof me als ik het zeg: tweepersoonshangmatten zijn een fabeltje. Het werkt niet dus we moeten helaas op zoek naar een guesthouse. Omdat ze zo duur zijn besluiten we met z'n vieren 1 kamer te delen maar zij besluiten als resultaat om 's nachts de elektriciteit af te zetten zodat de fan niet meer werkt. zweten zweten en nog eens zweten dus. Miljaar.
Op het laatste heuveltje voor Koh Kher vallen Matthew en Eny plots met hun brommer. Gelukkig komen ze er met wat schaafwonden vanaf. De tempels rond Koh Kher zijn wel ok maar we hebben al mooier gezien. Wel vinden we er eentje waar er nog intacte standbeelden bijstaan en dat is wel zeer de moeite. De "hoofd"tempel is mooi en als je op het einde de zeven verdiepingen hoge piramide ziet is het toch wel impressionant. Helaas mochten we er niet op, tenzij we de wachter 10 dollar gaven, dan zou ze een oogje toeknijpen.
Als we aan het eten zijn in het restaurantje vlakbij de tempel horen we opeens gerommel en zien een grote stofwolk opstijgen vanaf de tempelsite. Een deel van de toren is ingestort, recht op de weg waar wij een dikke 10 minuten ervoor nog stonden. Gelukkig was er niemand op dat moment.
Preah Vihear is de tempel waar de Thai en Cambodianen voor aan het vechten zijn en die zo vaak in het nieuws komt. Sinds vier dagen zijn ze gestopt met schieten dus het perfecte moment om eens te gaan zien. De weg naar daar is zo steil dat ik sommige stukken te voet moet doen en Koenraad alleen met Timmy verder rijdt. Maar we zijn er geraakt.
Overal militairen en bunkers. We zijn de eerste touristen sinds maanden en we krijgen een prive rondleiding van een militair en een politieman. Ze tonen ons de kogelinslagen en de bommen kraters alsook de plaatsen waar hun kameraden zijn gestorven en gewondgeraakt een week ervoor. Ze leggen ons uit hoe we over de grond moeten kruipen als ze beginnen schieten en waar we dan moeten schuilen. We mogen ook in de bunker gaan kijken en de Thaise militairen bespionneren door de verrekijker. Toch een raar gevoel hoor. Zeer intens. Wij dachten dat ze op kilometers van de tempel aan't vechten waren omdat de logica dicteert dat ge de tempel waar ge om vecht niet wilt beschadigen. Mis dus. De tempel heeft heel wat beschadigingen opgelopen met de gevechten en de Cambodiaanse soldaten zeggen dat het komt omdat de Thai niet kunnen mikken.
Maar ze laten ook de mooie stukjes van de tempel zien. Dit is echt ultiem. De tempel is prachtig en staat op de heuveltop aan een klif. Dat in combinatie met het uitzicht over de Thaise heuvels en het Cambodiaanse platteland maakt het magisch.
Als we terug bij de brommer aankomen (met Thaise nummerplaat btw) blijkt dat onze hangmatten gestolen zijn, waarschijnlijk door de militairen want er is niemand anders. Natuurlijk heeft niemand iets gezien en uiteindelijk besluiten we het om het er maar bij te laten.
Terug in Siem Reap aangekomen zijn we de volgende dag compleet van de kaart. Ganse dagen in de zon en weinig eten heeft zijn tol geeist en dus lassen we een rustdag in voor we terug richting Bangkok rijden.
Aan de grens op weg terug uit cambodia werden we door immigratie tegengehouden, we hadden blijkbaar geen entry stamp op ons visum gekregen. Dus moest Koenraad (ikzelf bleef bij de brommer want vertrouwde het niet meer) in een klein kamertje met een paar van die flikken terwijl ze hem uithoorden. INTIMIDATIE heet dat. Ze wouden weten wat we in Cambodia kwam doen en waarom dat we illegaal het land waren ingegaan. Ze eisten 5 dollar boete per dag. dat kwam op zo'n 110 dollar.
Koenraad vertelde hen dat we niet expres het land zonder entrystamp waren binnen gegaan en dat we toch een visum hadden betaald op de dag dat we waren binnengegaan en dat visum had een geldigheidsperiode van 1 maand. De immigratieflik wou echter geld en zei dat als we niet betaalde hij ons geen stempel zou geven. Dus Koenraad nog eens zeggen dat we het geld niet hadden en toen gaf hij hem het bevel zijn bureau te verlaten.
Koenraad is echter blijven zitten alsof hij doof was en probeerde hen duidelijk te maken dat het niet echt normaal is dat ge per ongeluk zonder controle illegaal het land binnen kunt sukkelen, zeker niet als ge al een visum hebt gekocht. (waarbij ze ook hebben geprobeerd extra geld af te persen).
De imigratieflik heeft koenraad zeker 3 keer zijn bureau uitgegooid zonder dat hij een spier vertrok, en zei dat we dan maar Thailand moest binnen gaan zonder stempels.
Ik denk dat het nog zeker een half uur heeft geduurd voordat hij zei: ok, ik geef u ne stempel, maar als ge niet betaald moogt ge Cambodia nooit meer binnen. Waarop wij hem vertelden dat we beloofde Cambodia nooit meer binnen te WILLEN gaan. Waarop hij dan weer, enigsins beledegd, vroeg : 'waarom niet?'
soit, we hebben onze stempel uiteindelijk gekregen zonder te betalen en ik ben zeker dat we Cambodia gewoon terug binnen kunnen.
Je ziet, het was weeral de moeite.
Tot de volgende
We komen een adres te weten van een schaduwpoppen maker. Het huis ligt ergens verstopt in een afgelegen dorp. Bij onze aankomst worden we raar bekeken. Dit is duidelijk geen plaats waar touristen komen. Maar wanneer de vrouw des huizes door heeft dat we geintereseerd zijn in hoe die 'shadowpuppets'gemaakt worden nodigt ze ons uit binnen een kijkje te komen nemen. Het atelier is gewoon de livingvloer. Met zelfgemaakte bijtels (platgeslagen nagels en geslepen schroevendraaiers ) worden figuren uit buffelhuiden geklopt en daarna worden ze geverfd. Een werkje van lange duur. Koenraad mocht het ook eens proberen en ondervond dat het niet zo simpel is als het lijkt. De mensen vertellen ons dat er 's avonds een voorstelling is in het cultureel centrum met de poppen die zij maken en zo weten we al wat te doen die avond.
We gaan naar de voorstelling kijken maar we verstaan er helaas niks van. Ze houden ook nog voorstellingen van Malay vechtkunst, cocospercussie en een tollenspel dat we ook eens mochten proberen. Ik was er voor gemaakt, van de eerste keer prijs of wat had je gedacht!!!
De weg naar Gerik is voor de eerste keer in Malaysia eens echt mooi. Eindelijk geen palm plantages meer maar echt regenwoud. Opeens vliegt er vlak boven ons hoofd een kei grote zwart gele vogel. Ik denk dat het een Hornbill of Toekan was. Wat later moeten we ook nog eens stoppen omdat er drie aapjes (Gibbons) oversteken.
Omdat we niet naar Borneo kunnen gaan en ik toch orang oetans wil zien gaan we naar Bukit Merah Laketownresort waar ze een opvangcentrum hebben voor deze dieren.
Op het eerste eiland vangen ze de dieren op en leren hen hoe ze zich natuurlijk moeten gedragen (<-HUH?) (hoe ze een nest moeten maken, hoe ze moeten slingeren aan de takken,...)
Op het tweede eiland kijken ze of de apen kunnen overleven zonder menselijke tussenkomst. En als dat dan lukt laten ze ze terug vrij, meestal in Borneo.
Het ticket voor het apenopvangcentrum was inclusief een bezoekje aan het ecopark op het vasteland. Dit was walgelijk. Eigenlijk was het gewoon een heel slechte dierentuin. De schapen en herten zaten op een terrein waar geen sprietje gras te bekennen was, de gibbons hadden misschien 2 vierkante meter plaats,... echt om ziek van te worden. Om dan nog maar te zwijgen van de show met de papegaaien die moesten bowlen, basketten, fietsen,... met achtergrondmuziek zo luid als in een discotheek en dit allemaal naast de aziatische nachtbeer die normaal door de dag slaapt. Hier, voor alle duidelijkheid, sliep hij niet!
zucht
Perlis is de enige staat waar we nog niet geweest zijn dus: op naar Perlis! We rijden naar Perlis State Park maar als we onderweg de weg kwijt zijn en aan een grot aankomen hebben we de volgende conversatie:
wij: Hello, Is this Perlis state park?
zij: No, THIS is the CAVE OF DARKNESS
wij: waauw, klinkt sjiek, can we go in?
zij: euh, no, can not...
wij: why not?
zij: euh...it is too dark...
We arriveren uiteindelijk in het Park op woensdag maar bijna mogen we niet binnen want de koningin komt op zaterdag en ze moeten alles opruimen. Als we beloven maar 1 nacht te blijven is het uiteindelijk toch ok. Er zijn behalve twee studenten die planten verzamelen niemand. Maar het park is dan ook niet zo spectaculair. We slapen in de dorm en besluiten de matrassen van twee bedden op de grond tegen elkaar te leggen zodat we onder het muskietnet kunnen liggen. 's Nachts hoor ik opeens een krakend geluid. Als ik mijn pitslamp aandoe zie ik op minder dan 1 meter afstand een mega grote vette rat in onze eetzak wroeten. En 't is er nog eentje met karakter ook want ze wil nog niet dadelijk weglopen. Uiteindelijk stelt ze zich content met de plastiek zak waar onze zeep inzit en kunnen we (onrustig) verderslapen.
Thailand roept terug en zonder problemen kunnen we de grenspost die totaal niet officieel lijkt oversteken. We rijden tot Pakbara en nemen de boot naar Adang eiland. Het is een nationaal park waar je in de tent kan slapen. Ook hier weer zeer weinig mensen. Ik denk dat we de enige 'wittekes' waren.
Chadao cliff is maar 700m hoog maar ik denk ik dat het een van de vermoeiendste klimmen ooit is geweest. Gelukkig was het uitzicht over Lipe eiland en de rest de moeite waart. Dit in tegenstelling tot de wandeling naar de piratenwaterval. Weinig piraat en weinig val. Onderweg zijn we wel twee mensen tegengekomen die ons de andere kant van het eiland lieten zien. De baas van een groot telecombedrijf in thailand heeft een heel resort laten bouwen in het nationaal park (dat beschermd is tegen bebouwing) het is illegaal dus nu ligt het daar, volledig afgewerkt, te verkommeren zonder dat er ooit 1 tourist is geweest. Een echt spookdorp.
Natuurlijk gaan we ook nog een beetje snorkelen maar echt veel spectaculairs is er niet te zien.
Vanaf dat we terug op het vaste land zijn is het vier dagen aan een stuk brommer rijden van 's morgens vroeg tot 's avonds laat om op tijd op ons project in Sangkhlaburi te zijn. In Prachuap Khiri Khan zijn we 's morgens rustig over straat aan het rijden als de hond die ons tegemoet komt lopen vlak naast ons wordt doodgereden door een dikke auto. Ik ben er de ganse dag slecht van geweest.
Eindelijk zijn we terug op ons project in Sangkhlaburi aangekomen. En wat is er veel verandert. Ondertussen zijn Pi Chai en zijn gezin verhuist van de mudhouse naar de bamboo house, de varkens zijn er niet meer (het vrouwtje hebben ze verkocht en nadien ontdekten ze pas dat het zwanger was van 7 biggetjes) en het mannetje hebben ze opgegeten toen Pi Chai's moeder is overleden. Glua, een oudere, is ook gestorven, Mong Beu is er niet meer evenals de twee tieners Tupa en Terdy. Maar de grootste verandering,... electriciteit. Een aantal huisjes in het dorp tappen de electriciteit van Pi-Po af die een generator heeft. Ze hebben nu allemaal een tv en mega grote boxen, dvd speler,... HEEL raar daar in the middle of nowhere. Maar je moet weten dat in Birma de Junta (de militaire dictatuur) kan beslissen dat het geld van de ene op de andere dag niks meer waard is. Ze zijn het dus niet gewoon van te sparen en geven het liever uit zodat ze er iets aan hebben voor het telaat is
Wij slapen in 1 kamer van ons zelfgemaakte adventure house en Nele en Surya slapen in de andere kamer. We maken er een paar relaxe dagen van. Als we op het ultieme afscheidskampvuur (jaja dit was echt de laatste keer dat we hier op bezoek komen, het project is zo goed als afgelopen) Jim van Whispering seeds (zijn project) zien en hij ons zijn verhaal vertelt kan ik alleen maar boos worden. Hij vangt verschillende kindjes van Myanmar op waarvan de moeder meestal een sekswerkster is. In de jungle heeft hij sinds zeven jaar een zelfvoorzienend boerderijtje bebouwd, ook met natuurlijke materialen. Nu blijkt dat de buurman hem daar wegwil (waarom is maar de vraag) en hij is zelfs het terrein al schietend opgekomen. Alle kinderen moesten vluchten en Jim heeft hij met de dood bedreigt. Hij heeft mensen betaald om een petitie tegen Jim te tekenen en uiteindelijk is de politie gekomen om te zeggen dat hij nog drie dagen kreeg en dan zouden ze de kinderen bij hem weghalen en hen terug naar Birma sturen. Als je ziet hoe Jim met de kinderen omgaat en de kinderen met hem, de goede manieren die ze hebben (echt nog nooit gezien)... Zijn verhaal brak mijn hart. Hij moet nu vanaf nul beginnen en heeft niet echt sponsors waar hij op kan rekenen. Voor we op reis vertrokken heb ik beloofd om het geld van de wafels die ik verkocht had aan een goed doel te geven dat mijn hart heeft gestolen, wel, dit is dat goede doel. De kinderen verdienen iemand die om hen geeft en voor hen zorgt. Bedankt aan alle eters, jullie geld zal goed besteed worden.
Ze hebben ook een website maar die is totaal niet meer up to date. Er wordt aan gewerkt door een Canadese vrijwilliger maar die neemt er zijn tijd voor.
www.whisperingseed.org
Ons visum voor Thailand eindigt over 2 dagen dus we besluiten naar Cambodia te gaan met Timmy. Zoals gewoonlijk probeerde ze aan de grens (Poipet voor de kenners) om weer wat geld af te troggelen. Maar we kennen de trukjes ondertussen wel dus het pakte niet. In Battambang hangt een relaxte sfeer en ze hebben hier ook 2 vegetarische restaurantjes. Ideaal voor een paar dagen te blijven hangen dus. We gaan op daguitstap met Timmy naar Phnom Sampeau. Dat zijn de grotten waar de Khmer rouge de mensen vermoordde en ze in de afgrond gooiden. Nu zit er een monnik die de beenderen verzamelt en ze in een stupa legt.
Via een zandweg rijden we dan naar Banan, een tempel uit de Angkor periode. 350 Treden klimmen en een mooie tempel en mooi uitzicht als beloning.
Onze vrienden Matthew en Eny wonen in Siem Reap dus weer de baan op. We kunnen hen overhalen om mee op tempeltocht te gaan voor een paar dagen. De Angkor wat tempels hebben we allemaal al gezien, nu gaan we voor de meer afgelegen exemplaren.
Beng Melea staat als eerste op het lijstje en het is een schoontje. Hij ligt midden in de jungle en de bomen hebben hem overgenomen. Een pareltje.
Stop twee is Koh Kher. Maar het is al bijna donker dus we besluiten onze tweepersoonshangmat te gaan testen, verstopt achter een van de vele tempels. Geloof me als ik het zeg: tweepersoonshangmatten zijn een fabeltje. Het werkt niet dus we moeten helaas op zoek naar een guesthouse. Omdat ze zo duur zijn besluiten we met z'n vieren 1 kamer te delen maar zij besluiten als resultaat om 's nachts de elektriciteit af te zetten zodat de fan niet meer werkt. zweten zweten en nog eens zweten dus. Miljaar.
Op het laatste heuveltje voor Koh Kher vallen Matthew en Eny plots met hun brommer. Gelukkig komen ze er met wat schaafwonden vanaf. De tempels rond Koh Kher zijn wel ok maar we hebben al mooier gezien. Wel vinden we er eentje waar er nog intacte standbeelden bijstaan en dat is wel zeer de moeite. De "hoofd"tempel is mooi en als je op het einde de zeven verdiepingen hoge piramide ziet is het toch wel impressionant. Helaas mochten we er niet op, tenzij we de wachter 10 dollar gaven, dan zou ze een oogje toeknijpen.
Als we aan het eten zijn in het restaurantje vlakbij de tempel horen we opeens gerommel en zien een grote stofwolk opstijgen vanaf de tempelsite. Een deel van de toren is ingestort, recht op de weg waar wij een dikke 10 minuten ervoor nog stonden. Gelukkig was er niemand op dat moment.
Preah Vihear is de tempel waar de Thai en Cambodianen voor aan het vechten zijn en die zo vaak in het nieuws komt. Sinds vier dagen zijn ze gestopt met schieten dus het perfecte moment om eens te gaan zien. De weg naar daar is zo steil dat ik sommige stukken te voet moet doen en Koenraad alleen met Timmy verder rijdt. Maar we zijn er geraakt.
Overal militairen en bunkers. We zijn de eerste touristen sinds maanden en we krijgen een prive rondleiding van een militair en een politieman. Ze tonen ons de kogelinslagen en de bommen kraters alsook de plaatsen waar hun kameraden zijn gestorven en gewondgeraakt een week ervoor. Ze leggen ons uit hoe we over de grond moeten kruipen als ze beginnen schieten en waar we dan moeten schuilen. We mogen ook in de bunker gaan kijken en de Thaise militairen bespionneren door de verrekijker. Toch een raar gevoel hoor. Zeer intens. Wij dachten dat ze op kilometers van de tempel aan't vechten waren omdat de logica dicteert dat ge de tempel waar ge om vecht niet wilt beschadigen. Mis dus. De tempel heeft heel wat beschadigingen opgelopen met de gevechten en de Cambodiaanse soldaten zeggen dat het komt omdat de Thai niet kunnen mikken.
Maar ze laten ook de mooie stukjes van de tempel zien. Dit is echt ultiem. De tempel is prachtig en staat op de heuveltop aan een klif. Dat in combinatie met het uitzicht over de Thaise heuvels en het Cambodiaanse platteland maakt het magisch.
Als we terug bij de brommer aankomen (met Thaise nummerplaat btw) blijkt dat onze hangmatten gestolen zijn, waarschijnlijk door de militairen want er is niemand anders. Natuurlijk heeft niemand iets gezien en uiteindelijk besluiten we het om het er maar bij te laten.
Terug in Siem Reap aangekomen zijn we de volgende dag compleet van de kaart. Ganse dagen in de zon en weinig eten heeft zijn tol geeist en dus lassen we een rustdag in voor we terug richting Bangkok rijden.
Aan de grens op weg terug uit cambodia werden we door immigratie tegengehouden, we hadden blijkbaar geen entry stamp op ons visum gekregen. Dus moest Koenraad (ikzelf bleef bij de brommer want vertrouwde het niet meer) in een klein kamertje met een paar van die flikken terwijl ze hem uithoorden. INTIMIDATIE heet dat. Ze wouden weten wat we in Cambodia kwam doen en waarom dat we illegaal het land waren ingegaan. Ze eisten 5 dollar boete per dag. dat kwam op zo'n 110 dollar.
Koenraad vertelde hen dat we niet expres het land zonder entrystamp waren binnen gegaan en dat we toch een visum hadden betaald op de dag dat we waren binnengegaan en dat visum had een geldigheidsperiode van 1 maand. De immigratieflik wou echter geld en zei dat als we niet betaalde hij ons geen stempel zou geven. Dus Koenraad nog eens zeggen dat we het geld niet hadden en toen gaf hij hem het bevel zijn bureau te verlaten.
Koenraad is echter blijven zitten alsof hij doof was en probeerde hen duidelijk te maken dat het niet echt normaal is dat ge per ongeluk zonder controle illegaal het land binnen kunt sukkelen, zeker niet als ge al een visum hebt gekocht. (waarbij ze ook hebben geprobeerd extra geld af te persen).
De imigratieflik heeft koenraad zeker 3 keer zijn bureau uitgegooid zonder dat hij een spier vertrok, en zei dat we dan maar Thailand moest binnen gaan zonder stempels.
Ik denk dat het nog zeker een half uur heeft geduurd voordat hij zei: ok, ik geef u ne stempel, maar als ge niet betaald moogt ge Cambodia nooit meer binnen. Waarop wij hem vertelden dat we beloofde Cambodia nooit meer binnen te WILLEN gaan. Waarop hij dan weer, enigsins beledegd, vroeg : 'waarom niet?'
soit, we hebben onze stempel uiteindelijk gekregen zonder te betalen en ik ben zeker dat we Cambodia gewoon terug binnen kunnen.
Je ziet, het was weeral de moeite.
Tot de volgende
Abonneren op:
Posts (Atom)