voor diegenen die het nu nog niet weten,..
we zijn terug thuis
maandag 23 mei 2011
dinsdag 10 mei 2011
cambodia
next episode
Kuala Besut is wel ok, behalve ons eerste guesthouse dan. Toen we 's morgens naar de publieke badkamer gingen bleek de hele pot ondergekakt, maar echt de hele pot eh, alsof iemand van plan was een moestuin, voor een middelgroot gezin, te bemesten met zijn eigen uitwerpselen. We hebben dan maar rap een ander guesthouse gezocht.
We komen een adres te weten van een schaduwpoppen maker. Het huis ligt ergens verstopt in een afgelegen dorp. Bij onze aankomst worden we raar bekeken. Dit is duidelijk geen plaats waar touristen komen. Maar wanneer de vrouw des huizes door heeft dat we geintereseerd zijn in hoe die 'shadowpuppets'gemaakt worden nodigt ze ons uit binnen een kijkje te komen nemen. Het atelier is gewoon de livingvloer. Met zelfgemaakte bijtels (platgeslagen nagels en geslepen schroevendraaiers ) worden figuren uit buffelhuiden geklopt en daarna worden ze geverfd. Een werkje van lange duur. Koenraad mocht het ook eens proberen en ondervond dat het niet zo simpel is als het lijkt. De mensen vertellen ons dat er 's avonds een voorstelling is in het cultureel centrum met de poppen die zij maken en zo weten we al wat te doen die avond.
We gaan naar de voorstelling kijken maar we verstaan er helaas niks van. Ze houden ook nog voorstellingen van Malay vechtkunst, cocospercussie en een tollenspel dat we ook eens mochten proberen. Ik was er voor gemaakt, van de eerste keer prijs of wat had je gedacht!!!
De weg naar Gerik is voor de eerste keer in Malaysia eens echt mooi. Eindelijk geen palm plantages meer maar echt regenwoud. Opeens vliegt er vlak boven ons hoofd een kei grote zwart gele vogel. Ik denk dat het een Hornbill of Toekan was. Wat later moeten we ook nog eens stoppen omdat er drie aapjes (Gibbons) oversteken.
Omdat we niet naar Borneo kunnen gaan en ik toch orang oetans wil zien gaan we naar Bukit Merah Laketownresort waar ze een opvangcentrum hebben voor deze dieren.
Op het eerste eiland vangen ze de dieren op en leren hen hoe ze zich natuurlijk moeten gedragen (<-HUH?) (hoe ze een nest moeten maken, hoe ze moeten slingeren aan de takken,...)
Op het tweede eiland kijken ze of de apen kunnen overleven zonder menselijke tussenkomst. En als dat dan lukt laten ze ze terug vrij, meestal in Borneo.
Het ticket voor het apenopvangcentrum was inclusief een bezoekje aan het ecopark op het vasteland. Dit was walgelijk. Eigenlijk was het gewoon een heel slechte dierentuin. De schapen en herten zaten op een terrein waar geen sprietje gras te bekennen was, de gibbons hadden misschien 2 vierkante meter plaats,... echt om ziek van te worden. Om dan nog maar te zwijgen van de show met de papegaaien die moesten bowlen, basketten, fietsen,... met achtergrondmuziek zo luid als in een discotheek en dit allemaal naast de aziatische nachtbeer die normaal door de dag slaapt. Hier, voor alle duidelijkheid, sliep hij niet!
zucht
Perlis is de enige staat waar we nog niet geweest zijn dus: op naar Perlis! We rijden naar Perlis State Park maar als we onderweg de weg kwijt zijn en aan een grot aankomen hebben we de volgende conversatie:
wij: Hello, Is this Perlis state park?
zij: No, THIS is the CAVE OF DARKNESS
wij: waauw, klinkt sjiek, can we go in?
zij: euh, no, can not...
wij: why not?
zij: euh...it is too dark...
We arriveren uiteindelijk in het Park op woensdag maar bijna mogen we niet binnen want de koningin komt op zaterdag en ze moeten alles opruimen. Als we beloven maar 1 nacht te blijven is het uiteindelijk toch ok. Er zijn behalve twee studenten die planten verzamelen niemand. Maar het park is dan ook niet zo spectaculair. We slapen in de dorm en besluiten de matrassen van twee bedden op de grond tegen elkaar te leggen zodat we onder het muskietnet kunnen liggen. 's Nachts hoor ik opeens een krakend geluid. Als ik mijn pitslamp aandoe zie ik op minder dan 1 meter afstand een mega grote vette rat in onze eetzak wroeten. En 't is er nog eentje met karakter ook want ze wil nog niet dadelijk weglopen. Uiteindelijk stelt ze zich content met de plastiek zak waar onze zeep inzit en kunnen we (onrustig) verderslapen.
Thailand roept terug en zonder problemen kunnen we de grenspost die totaal niet officieel lijkt oversteken. We rijden tot Pakbara en nemen de boot naar Adang eiland. Het is een nationaal park waar je in de tent kan slapen. Ook hier weer zeer weinig mensen. Ik denk dat we de enige 'wittekes' waren.
Chadao cliff is maar 700m hoog maar ik denk ik dat het een van de vermoeiendste klimmen ooit is geweest. Gelukkig was het uitzicht over Lipe eiland en de rest de moeite waart. Dit in tegenstelling tot de wandeling naar de piratenwaterval. Weinig piraat en weinig val. Onderweg zijn we wel twee mensen tegengekomen die ons de andere kant van het eiland lieten zien. De baas van een groot telecombedrijf in thailand heeft een heel resort laten bouwen in het nationaal park (dat beschermd is tegen bebouwing) het is illegaal dus nu ligt het daar, volledig afgewerkt, te verkommeren zonder dat er ooit 1 tourist is geweest. Een echt spookdorp.
Natuurlijk gaan we ook nog een beetje snorkelen maar echt veel spectaculairs is er niet te zien.
Vanaf dat we terug op het vaste land zijn is het vier dagen aan een stuk brommer rijden van 's morgens vroeg tot 's avonds laat om op tijd op ons project in Sangkhlaburi te zijn. In Prachuap Khiri Khan zijn we 's morgens rustig over straat aan het rijden als de hond die ons tegemoet komt lopen vlak naast ons wordt doodgereden door een dikke auto. Ik ben er de ganse dag slecht van geweest.
Eindelijk zijn we terug op ons project in Sangkhlaburi aangekomen. En wat is er veel verandert. Ondertussen zijn Pi Chai en zijn gezin verhuist van de mudhouse naar de bamboo house, de varkens zijn er niet meer (het vrouwtje hebben ze verkocht en nadien ontdekten ze pas dat het zwanger was van 7 biggetjes) en het mannetje hebben ze opgegeten toen Pi Chai's moeder is overleden. Glua, een oudere, is ook gestorven, Mong Beu is er niet meer evenals de twee tieners Tupa en Terdy. Maar de grootste verandering,... electriciteit. Een aantal huisjes in het dorp tappen de electriciteit van Pi-Po af die een generator heeft. Ze hebben nu allemaal een tv en mega grote boxen, dvd speler,... HEEL raar daar in the middle of nowhere. Maar je moet weten dat in Birma de Junta (de militaire dictatuur) kan beslissen dat het geld van de ene op de andere dag niks meer waard is. Ze zijn het dus niet gewoon van te sparen en geven het liever uit zodat ze er iets aan hebben voor het telaat is
Wij slapen in 1 kamer van ons zelfgemaakte adventure house en Nele en Surya slapen in de andere kamer. We maken er een paar relaxe dagen van. Als we op het ultieme afscheidskampvuur (jaja dit was echt de laatste keer dat we hier op bezoek komen, het project is zo goed als afgelopen) Jim van Whispering seeds (zijn project) zien en hij ons zijn verhaal vertelt kan ik alleen maar boos worden. Hij vangt verschillende kindjes van Myanmar op waarvan de moeder meestal een sekswerkster is. In de jungle heeft hij sinds zeven jaar een zelfvoorzienend boerderijtje bebouwd, ook met natuurlijke materialen. Nu blijkt dat de buurman hem daar wegwil (waarom is maar de vraag) en hij is zelfs het terrein al schietend opgekomen. Alle kinderen moesten vluchten en Jim heeft hij met de dood bedreigt. Hij heeft mensen betaald om een petitie tegen Jim te tekenen en uiteindelijk is de politie gekomen om te zeggen dat hij nog drie dagen kreeg en dan zouden ze de kinderen bij hem weghalen en hen terug naar Birma sturen. Als je ziet hoe Jim met de kinderen omgaat en de kinderen met hem, de goede manieren die ze hebben (echt nog nooit gezien)... Zijn verhaal brak mijn hart. Hij moet nu vanaf nul beginnen en heeft niet echt sponsors waar hij op kan rekenen. Voor we op reis vertrokken heb ik beloofd om het geld van de wafels die ik verkocht had aan een goed doel te geven dat mijn hart heeft gestolen, wel, dit is dat goede doel. De kinderen verdienen iemand die om hen geeft en voor hen zorgt. Bedankt aan alle eters, jullie geld zal goed besteed worden.
Ze hebben ook een website maar die is totaal niet meer up to date. Er wordt aan gewerkt door een Canadese vrijwilliger maar die neemt er zijn tijd voor.
www.whisperingseed.org
Ons visum voor Thailand eindigt over 2 dagen dus we besluiten naar Cambodia te gaan met Timmy. Zoals gewoonlijk probeerde ze aan de grens (Poipet voor de kenners) om weer wat geld af te troggelen. Maar we kennen de trukjes ondertussen wel dus het pakte niet. In Battambang hangt een relaxte sfeer en ze hebben hier ook 2 vegetarische restaurantjes. Ideaal voor een paar dagen te blijven hangen dus. We gaan op daguitstap met Timmy naar Phnom Sampeau. Dat zijn de grotten waar de Khmer rouge de mensen vermoordde en ze in de afgrond gooiden. Nu zit er een monnik die de beenderen verzamelt en ze in een stupa legt.
Via een zandweg rijden we dan naar Banan, een tempel uit de Angkor periode. 350 Treden klimmen en een mooie tempel en mooi uitzicht als beloning.
Onze vrienden Matthew en Eny wonen in Siem Reap dus weer de baan op. We kunnen hen overhalen om mee op tempeltocht te gaan voor een paar dagen. De Angkor wat tempels hebben we allemaal al gezien, nu gaan we voor de meer afgelegen exemplaren.
Beng Melea staat als eerste op het lijstje en het is een schoontje. Hij ligt midden in de jungle en de bomen hebben hem overgenomen. Een pareltje.
Stop twee is Koh Kher. Maar het is al bijna donker dus we besluiten onze tweepersoonshangmat te gaan testen, verstopt achter een van de vele tempels. Geloof me als ik het zeg: tweepersoonshangmatten zijn een fabeltje. Het werkt niet dus we moeten helaas op zoek naar een guesthouse. Omdat ze zo duur zijn besluiten we met z'n vieren 1 kamer te delen maar zij besluiten als resultaat om 's nachts de elektriciteit af te zetten zodat de fan niet meer werkt. zweten zweten en nog eens zweten dus. Miljaar.
Op het laatste heuveltje voor Koh Kher vallen Matthew en Eny plots met hun brommer. Gelukkig komen ze er met wat schaafwonden vanaf. De tempels rond Koh Kher zijn wel ok maar we hebben al mooier gezien. Wel vinden we er eentje waar er nog intacte standbeelden bijstaan en dat is wel zeer de moeite. De "hoofd"tempel is mooi en als je op het einde de zeven verdiepingen hoge piramide ziet is het toch wel impressionant. Helaas mochten we er niet op, tenzij we de wachter 10 dollar gaven, dan zou ze een oogje toeknijpen.
Als we aan het eten zijn in het restaurantje vlakbij de tempel horen we opeens gerommel en zien een grote stofwolk opstijgen vanaf de tempelsite. Een deel van de toren is ingestort, recht op de weg waar wij een dikke 10 minuten ervoor nog stonden. Gelukkig was er niemand op dat moment.
Preah Vihear is de tempel waar de Thai en Cambodianen voor aan het vechten zijn en die zo vaak in het nieuws komt. Sinds vier dagen zijn ze gestopt met schieten dus het perfecte moment om eens te gaan zien. De weg naar daar is zo steil dat ik sommige stukken te voet moet doen en Koenraad alleen met Timmy verder rijdt. Maar we zijn er geraakt.
Overal militairen en bunkers. We zijn de eerste touristen sinds maanden en we krijgen een prive rondleiding van een militair en een politieman. Ze tonen ons de kogelinslagen en de bommen kraters alsook de plaatsen waar hun kameraden zijn gestorven en gewondgeraakt een week ervoor. Ze leggen ons uit hoe we over de grond moeten kruipen als ze beginnen schieten en waar we dan moeten schuilen. We mogen ook in de bunker gaan kijken en de Thaise militairen bespionneren door de verrekijker. Toch een raar gevoel hoor. Zeer intens. Wij dachten dat ze op kilometers van de tempel aan't vechten waren omdat de logica dicteert dat ge de tempel waar ge om vecht niet wilt beschadigen. Mis dus. De tempel heeft heel wat beschadigingen opgelopen met de gevechten en de Cambodiaanse soldaten zeggen dat het komt omdat de Thai niet kunnen mikken.
Maar ze laten ook de mooie stukjes van de tempel zien. Dit is echt ultiem. De tempel is prachtig en staat op de heuveltop aan een klif. Dat in combinatie met het uitzicht over de Thaise heuvels en het Cambodiaanse platteland maakt het magisch.
Als we terug bij de brommer aankomen (met Thaise nummerplaat btw) blijkt dat onze hangmatten gestolen zijn, waarschijnlijk door de militairen want er is niemand anders. Natuurlijk heeft niemand iets gezien en uiteindelijk besluiten we het om het er maar bij te laten.
Terug in Siem Reap aangekomen zijn we de volgende dag compleet van de kaart. Ganse dagen in de zon en weinig eten heeft zijn tol geeist en dus lassen we een rustdag in voor we terug richting Bangkok rijden.
Aan de grens op weg terug uit cambodia werden we door immigratie tegengehouden, we hadden blijkbaar geen entry stamp op ons visum gekregen. Dus moest Koenraad (ikzelf bleef bij de brommer want vertrouwde het niet meer) in een klein kamertje met een paar van die flikken terwijl ze hem uithoorden. INTIMIDATIE heet dat. Ze wouden weten wat we in Cambodia kwam doen en waarom dat we illegaal het land waren ingegaan. Ze eisten 5 dollar boete per dag. dat kwam op zo'n 110 dollar.
Koenraad vertelde hen dat we niet expres het land zonder entrystamp waren binnen gegaan en dat we toch een visum hadden betaald op de dag dat we waren binnengegaan en dat visum had een geldigheidsperiode van 1 maand. De immigratieflik wou echter geld en zei dat als we niet betaalde hij ons geen stempel zou geven. Dus Koenraad nog eens zeggen dat we het geld niet hadden en toen gaf hij hem het bevel zijn bureau te verlaten.
Koenraad is echter blijven zitten alsof hij doof was en probeerde hen duidelijk te maken dat het niet echt normaal is dat ge per ongeluk zonder controle illegaal het land binnen kunt sukkelen, zeker niet als ge al een visum hebt gekocht. (waarbij ze ook hebben geprobeerd extra geld af te persen).
De imigratieflik heeft koenraad zeker 3 keer zijn bureau uitgegooid zonder dat hij een spier vertrok, en zei dat we dan maar Thailand moest binnen gaan zonder stempels.
Ik denk dat het nog zeker een half uur heeft geduurd voordat hij zei: ok, ik geef u ne stempel, maar als ge niet betaald moogt ge Cambodia nooit meer binnen. Waarop wij hem vertelden dat we beloofde Cambodia nooit meer binnen te WILLEN gaan. Waarop hij dan weer, enigsins beledegd, vroeg : 'waarom niet?'
soit, we hebben onze stempel uiteindelijk gekregen zonder te betalen en ik ben zeker dat we Cambodia gewoon terug binnen kunnen.
Je ziet, het was weeral de moeite.
Tot de volgende
We komen een adres te weten van een schaduwpoppen maker. Het huis ligt ergens verstopt in een afgelegen dorp. Bij onze aankomst worden we raar bekeken. Dit is duidelijk geen plaats waar touristen komen. Maar wanneer de vrouw des huizes door heeft dat we geintereseerd zijn in hoe die 'shadowpuppets'gemaakt worden nodigt ze ons uit binnen een kijkje te komen nemen. Het atelier is gewoon de livingvloer. Met zelfgemaakte bijtels (platgeslagen nagels en geslepen schroevendraaiers ) worden figuren uit buffelhuiden geklopt en daarna worden ze geverfd. Een werkje van lange duur. Koenraad mocht het ook eens proberen en ondervond dat het niet zo simpel is als het lijkt. De mensen vertellen ons dat er 's avonds een voorstelling is in het cultureel centrum met de poppen die zij maken en zo weten we al wat te doen die avond.
We gaan naar de voorstelling kijken maar we verstaan er helaas niks van. Ze houden ook nog voorstellingen van Malay vechtkunst, cocospercussie en een tollenspel dat we ook eens mochten proberen. Ik was er voor gemaakt, van de eerste keer prijs of wat had je gedacht!!!
De weg naar Gerik is voor de eerste keer in Malaysia eens echt mooi. Eindelijk geen palm plantages meer maar echt regenwoud. Opeens vliegt er vlak boven ons hoofd een kei grote zwart gele vogel. Ik denk dat het een Hornbill of Toekan was. Wat later moeten we ook nog eens stoppen omdat er drie aapjes (Gibbons) oversteken.
Omdat we niet naar Borneo kunnen gaan en ik toch orang oetans wil zien gaan we naar Bukit Merah Laketownresort waar ze een opvangcentrum hebben voor deze dieren.
Op het eerste eiland vangen ze de dieren op en leren hen hoe ze zich natuurlijk moeten gedragen (<-HUH?) (hoe ze een nest moeten maken, hoe ze moeten slingeren aan de takken,...)
Op het tweede eiland kijken ze of de apen kunnen overleven zonder menselijke tussenkomst. En als dat dan lukt laten ze ze terug vrij, meestal in Borneo.
Het ticket voor het apenopvangcentrum was inclusief een bezoekje aan het ecopark op het vasteland. Dit was walgelijk. Eigenlijk was het gewoon een heel slechte dierentuin. De schapen en herten zaten op een terrein waar geen sprietje gras te bekennen was, de gibbons hadden misschien 2 vierkante meter plaats,... echt om ziek van te worden. Om dan nog maar te zwijgen van de show met de papegaaien die moesten bowlen, basketten, fietsen,... met achtergrondmuziek zo luid als in een discotheek en dit allemaal naast de aziatische nachtbeer die normaal door de dag slaapt. Hier, voor alle duidelijkheid, sliep hij niet!
zucht
Perlis is de enige staat waar we nog niet geweest zijn dus: op naar Perlis! We rijden naar Perlis State Park maar als we onderweg de weg kwijt zijn en aan een grot aankomen hebben we de volgende conversatie:
wij: Hello, Is this Perlis state park?
zij: No, THIS is the CAVE OF DARKNESS
wij: waauw, klinkt sjiek, can we go in?
zij: euh, no, can not...
wij: why not?
zij: euh...it is too dark...
We arriveren uiteindelijk in het Park op woensdag maar bijna mogen we niet binnen want de koningin komt op zaterdag en ze moeten alles opruimen. Als we beloven maar 1 nacht te blijven is het uiteindelijk toch ok. Er zijn behalve twee studenten die planten verzamelen niemand. Maar het park is dan ook niet zo spectaculair. We slapen in de dorm en besluiten de matrassen van twee bedden op de grond tegen elkaar te leggen zodat we onder het muskietnet kunnen liggen. 's Nachts hoor ik opeens een krakend geluid. Als ik mijn pitslamp aandoe zie ik op minder dan 1 meter afstand een mega grote vette rat in onze eetzak wroeten. En 't is er nog eentje met karakter ook want ze wil nog niet dadelijk weglopen. Uiteindelijk stelt ze zich content met de plastiek zak waar onze zeep inzit en kunnen we (onrustig) verderslapen.
Thailand roept terug en zonder problemen kunnen we de grenspost die totaal niet officieel lijkt oversteken. We rijden tot Pakbara en nemen de boot naar Adang eiland. Het is een nationaal park waar je in de tent kan slapen. Ook hier weer zeer weinig mensen. Ik denk dat we de enige 'wittekes' waren.
Chadao cliff is maar 700m hoog maar ik denk ik dat het een van de vermoeiendste klimmen ooit is geweest. Gelukkig was het uitzicht over Lipe eiland en de rest de moeite waart. Dit in tegenstelling tot de wandeling naar de piratenwaterval. Weinig piraat en weinig val. Onderweg zijn we wel twee mensen tegengekomen die ons de andere kant van het eiland lieten zien. De baas van een groot telecombedrijf in thailand heeft een heel resort laten bouwen in het nationaal park (dat beschermd is tegen bebouwing) het is illegaal dus nu ligt het daar, volledig afgewerkt, te verkommeren zonder dat er ooit 1 tourist is geweest. Een echt spookdorp.
Natuurlijk gaan we ook nog een beetje snorkelen maar echt veel spectaculairs is er niet te zien.
Vanaf dat we terug op het vaste land zijn is het vier dagen aan een stuk brommer rijden van 's morgens vroeg tot 's avonds laat om op tijd op ons project in Sangkhlaburi te zijn. In Prachuap Khiri Khan zijn we 's morgens rustig over straat aan het rijden als de hond die ons tegemoet komt lopen vlak naast ons wordt doodgereden door een dikke auto. Ik ben er de ganse dag slecht van geweest.
Eindelijk zijn we terug op ons project in Sangkhlaburi aangekomen. En wat is er veel verandert. Ondertussen zijn Pi Chai en zijn gezin verhuist van de mudhouse naar de bamboo house, de varkens zijn er niet meer (het vrouwtje hebben ze verkocht en nadien ontdekten ze pas dat het zwanger was van 7 biggetjes) en het mannetje hebben ze opgegeten toen Pi Chai's moeder is overleden. Glua, een oudere, is ook gestorven, Mong Beu is er niet meer evenals de twee tieners Tupa en Terdy. Maar de grootste verandering,... electriciteit. Een aantal huisjes in het dorp tappen de electriciteit van Pi-Po af die een generator heeft. Ze hebben nu allemaal een tv en mega grote boxen, dvd speler,... HEEL raar daar in the middle of nowhere. Maar je moet weten dat in Birma de Junta (de militaire dictatuur) kan beslissen dat het geld van de ene op de andere dag niks meer waard is. Ze zijn het dus niet gewoon van te sparen en geven het liever uit zodat ze er iets aan hebben voor het telaat is
Wij slapen in 1 kamer van ons zelfgemaakte adventure house en Nele en Surya slapen in de andere kamer. We maken er een paar relaxe dagen van. Als we op het ultieme afscheidskampvuur (jaja dit was echt de laatste keer dat we hier op bezoek komen, het project is zo goed als afgelopen) Jim van Whispering seeds (zijn project) zien en hij ons zijn verhaal vertelt kan ik alleen maar boos worden. Hij vangt verschillende kindjes van Myanmar op waarvan de moeder meestal een sekswerkster is. In de jungle heeft hij sinds zeven jaar een zelfvoorzienend boerderijtje bebouwd, ook met natuurlijke materialen. Nu blijkt dat de buurman hem daar wegwil (waarom is maar de vraag) en hij is zelfs het terrein al schietend opgekomen. Alle kinderen moesten vluchten en Jim heeft hij met de dood bedreigt. Hij heeft mensen betaald om een petitie tegen Jim te tekenen en uiteindelijk is de politie gekomen om te zeggen dat hij nog drie dagen kreeg en dan zouden ze de kinderen bij hem weghalen en hen terug naar Birma sturen. Als je ziet hoe Jim met de kinderen omgaat en de kinderen met hem, de goede manieren die ze hebben (echt nog nooit gezien)... Zijn verhaal brak mijn hart. Hij moet nu vanaf nul beginnen en heeft niet echt sponsors waar hij op kan rekenen. Voor we op reis vertrokken heb ik beloofd om het geld van de wafels die ik verkocht had aan een goed doel te geven dat mijn hart heeft gestolen, wel, dit is dat goede doel. De kinderen verdienen iemand die om hen geeft en voor hen zorgt. Bedankt aan alle eters, jullie geld zal goed besteed worden.
Ze hebben ook een website maar die is totaal niet meer up to date. Er wordt aan gewerkt door een Canadese vrijwilliger maar die neemt er zijn tijd voor.
www.whisperingseed.org
Ons visum voor Thailand eindigt over 2 dagen dus we besluiten naar Cambodia te gaan met Timmy. Zoals gewoonlijk probeerde ze aan de grens (Poipet voor de kenners) om weer wat geld af te troggelen. Maar we kennen de trukjes ondertussen wel dus het pakte niet. In Battambang hangt een relaxte sfeer en ze hebben hier ook 2 vegetarische restaurantjes. Ideaal voor een paar dagen te blijven hangen dus. We gaan op daguitstap met Timmy naar Phnom Sampeau. Dat zijn de grotten waar de Khmer rouge de mensen vermoordde en ze in de afgrond gooiden. Nu zit er een monnik die de beenderen verzamelt en ze in een stupa legt.
Via een zandweg rijden we dan naar Banan, een tempel uit de Angkor periode. 350 Treden klimmen en een mooie tempel en mooi uitzicht als beloning.
Onze vrienden Matthew en Eny wonen in Siem Reap dus weer de baan op. We kunnen hen overhalen om mee op tempeltocht te gaan voor een paar dagen. De Angkor wat tempels hebben we allemaal al gezien, nu gaan we voor de meer afgelegen exemplaren.
Beng Melea staat als eerste op het lijstje en het is een schoontje. Hij ligt midden in de jungle en de bomen hebben hem overgenomen. Een pareltje.
Stop twee is Koh Kher. Maar het is al bijna donker dus we besluiten onze tweepersoonshangmat te gaan testen, verstopt achter een van de vele tempels. Geloof me als ik het zeg: tweepersoonshangmatten zijn een fabeltje. Het werkt niet dus we moeten helaas op zoek naar een guesthouse. Omdat ze zo duur zijn besluiten we met z'n vieren 1 kamer te delen maar zij besluiten als resultaat om 's nachts de elektriciteit af te zetten zodat de fan niet meer werkt. zweten zweten en nog eens zweten dus. Miljaar.
Op het laatste heuveltje voor Koh Kher vallen Matthew en Eny plots met hun brommer. Gelukkig komen ze er met wat schaafwonden vanaf. De tempels rond Koh Kher zijn wel ok maar we hebben al mooier gezien. Wel vinden we er eentje waar er nog intacte standbeelden bijstaan en dat is wel zeer de moeite. De "hoofd"tempel is mooi en als je op het einde de zeven verdiepingen hoge piramide ziet is het toch wel impressionant. Helaas mochten we er niet op, tenzij we de wachter 10 dollar gaven, dan zou ze een oogje toeknijpen.
Als we aan het eten zijn in het restaurantje vlakbij de tempel horen we opeens gerommel en zien een grote stofwolk opstijgen vanaf de tempelsite. Een deel van de toren is ingestort, recht op de weg waar wij een dikke 10 minuten ervoor nog stonden. Gelukkig was er niemand op dat moment.
Preah Vihear is de tempel waar de Thai en Cambodianen voor aan het vechten zijn en die zo vaak in het nieuws komt. Sinds vier dagen zijn ze gestopt met schieten dus het perfecte moment om eens te gaan zien. De weg naar daar is zo steil dat ik sommige stukken te voet moet doen en Koenraad alleen met Timmy verder rijdt. Maar we zijn er geraakt.
Overal militairen en bunkers. We zijn de eerste touristen sinds maanden en we krijgen een prive rondleiding van een militair en een politieman. Ze tonen ons de kogelinslagen en de bommen kraters alsook de plaatsen waar hun kameraden zijn gestorven en gewondgeraakt een week ervoor. Ze leggen ons uit hoe we over de grond moeten kruipen als ze beginnen schieten en waar we dan moeten schuilen. We mogen ook in de bunker gaan kijken en de Thaise militairen bespionneren door de verrekijker. Toch een raar gevoel hoor. Zeer intens. Wij dachten dat ze op kilometers van de tempel aan't vechten waren omdat de logica dicteert dat ge de tempel waar ge om vecht niet wilt beschadigen. Mis dus. De tempel heeft heel wat beschadigingen opgelopen met de gevechten en de Cambodiaanse soldaten zeggen dat het komt omdat de Thai niet kunnen mikken.
Maar ze laten ook de mooie stukjes van de tempel zien. Dit is echt ultiem. De tempel is prachtig en staat op de heuveltop aan een klif. Dat in combinatie met het uitzicht over de Thaise heuvels en het Cambodiaanse platteland maakt het magisch.
Als we terug bij de brommer aankomen (met Thaise nummerplaat btw) blijkt dat onze hangmatten gestolen zijn, waarschijnlijk door de militairen want er is niemand anders. Natuurlijk heeft niemand iets gezien en uiteindelijk besluiten we het om het er maar bij te laten.
Terug in Siem Reap aangekomen zijn we de volgende dag compleet van de kaart. Ganse dagen in de zon en weinig eten heeft zijn tol geeist en dus lassen we een rustdag in voor we terug richting Bangkok rijden.
Aan de grens op weg terug uit cambodia werden we door immigratie tegengehouden, we hadden blijkbaar geen entry stamp op ons visum gekregen. Dus moest Koenraad (ikzelf bleef bij de brommer want vertrouwde het niet meer) in een klein kamertje met een paar van die flikken terwijl ze hem uithoorden. INTIMIDATIE heet dat. Ze wouden weten wat we in Cambodia kwam doen en waarom dat we illegaal het land waren ingegaan. Ze eisten 5 dollar boete per dag. dat kwam op zo'n 110 dollar.
Koenraad vertelde hen dat we niet expres het land zonder entrystamp waren binnen gegaan en dat we toch een visum hadden betaald op de dag dat we waren binnengegaan en dat visum had een geldigheidsperiode van 1 maand. De immigratieflik wou echter geld en zei dat als we niet betaalde hij ons geen stempel zou geven. Dus Koenraad nog eens zeggen dat we het geld niet hadden en toen gaf hij hem het bevel zijn bureau te verlaten.
Koenraad is echter blijven zitten alsof hij doof was en probeerde hen duidelijk te maken dat het niet echt normaal is dat ge per ongeluk zonder controle illegaal het land binnen kunt sukkelen, zeker niet als ge al een visum hebt gekocht. (waarbij ze ook hebben geprobeerd extra geld af te persen).
De imigratieflik heeft koenraad zeker 3 keer zijn bureau uitgegooid zonder dat hij een spier vertrok, en zei dat we dan maar Thailand moest binnen gaan zonder stempels.
Ik denk dat het nog zeker een half uur heeft geduurd voordat hij zei: ok, ik geef u ne stempel, maar als ge niet betaald moogt ge Cambodia nooit meer binnen. Waarop wij hem vertelden dat we beloofde Cambodia nooit meer binnen te WILLEN gaan. Waarop hij dan weer, enigsins beledegd, vroeg : 'waarom niet?'
soit, we hebben onze stempel uiteindelijk gekregen zonder te betalen en ik ben zeker dat we Cambodia gewoon terug binnen kunnen.
Je ziet, het was weeral de moeite.
Tot de volgende
zaterdag 9 april 2011
dinsdag 5 april 2011
fotokes
Malaysia
Na Kuala Lumpur rijden we verder naar het zuiden en overnachten in Port Dickson op een soort bivakplaats. Gelukkig is er buiten ons zo goed als niemand anders dus hebben we het spel voor ons alleen. Het is dan ook maar een rudimentair excuus voor een guesthouse. Als we de volgende dag in Melaka aankomen weet ik al dat we hier een paar dagen gaan blijven hangen. Er hangt hier een heel relaxe sfeer. Melaka heeft een mooi historisch stadsgedeelte met overblijfselen van toen den Hollander en den Portuguees er zaten. We hebben dan ook voor het eerst sinds lang een 'stadhuys' gezien en wat grafstenen met daarop: Hier Ligcht begraeven den weduwe van...' De Portuguese invloed in vooral te merken aan cakejes en koekjes want de meeste mensen met portuguese 'roots' zijn via intermarriage ondertussen niet te onderscheiden van andere Malays. Den Hollander heeft hier niet echt kunnen liefkozen en heeft hier buiten bovenvernoemde zerken, een stadhuis en een kanon niet veel achtergelaten. Ik heb smalend horen vertellen dat de vrouwen hen niet moesten ;)
In Malaysia hebben ze net zoals bij ons de gewoonte dat zo goed als alles hier op zondag gesloten is. Toch wel een verschil met bv. Thailand. Nog zo een verschil: Malaysia is een moslimland dus elke ochtend rond 5.30 galmt de moskee,... zucht, ik snak naar nog eens een nachtje doorslapen!!! Ook hebben ze hier aan elk tankstation een gebedsruimte naast de toiletten. Koenraad heeft zich zo eens bijna vergist maar nog net op tijd zijn fout ingezien. haha.
In Batu Pahat hebben we weer een vegetarisch restaurant gevonden. Na ons eten nodigen de eigenaar en een dienster ons uit om naar hun tempeltje boven het restaurant te gaan kijken. Het is een Taoist tempel (het best te merken aan een dikke smiling Boeddha).
Dus wij, vooral om hen content te stellen, eens gaan kijken.
Op de tweede verdieping is er een klein tempeltje ingericht, speciaal voor wie na het eten nog wat wil bidden. Ze zijn er zo fier op dat wij komen kijken dat ze vragen of wij graag een ceremonie willen zien. Natuurlijk willen wij dat!!! Maar later blijkt dat wij een onderdeel van de ceremonie zijn en de speciale Meester is al onderweg!
Enfin, 'neen' is geen optie meer en uiteindelijk moeten we een ontvangstritueel ondergaan. dwz: Er kwam een speciale priester wat handbewegingen voor ons gezicht doen, we moesten heel veel knielen en buigen en vooral onze lach inhouden. Hij heeft ons ook wat geheimen verteld, maar die kunnen wij nu niet schrijven want anders zijn het geen geheimen meer! Resultaat: weer eens ne keer tegen onze goesting gedoopt. Den Engel aan de Hemele poort zal nogal jaloers zijn als hij ziet hoe heilig wij wel niet zijn.
Na de ceremonie werd ons nog wat fruit en opnieuw eten geserveerd, en niet te vergeten, de eigenaar nam ook de rekening van ons restaurantbezoek voor zijn rekening. Jippa!
Johar Bahru is zowat het zuidelijkste punt van Malaysia en we kunnen er weer terecht bij een couchsurfer, deze keer Buci genaamd. Hij is half Chinees, half Frans.
Samen met Shaun (ook cs'er) komt hij ons oppikken en gaan we rechtstreeks naar een cs bijeenkomst. Het had onderweg geregend dus met een natte poep zat ik daar niet echt op mijn gemak.
Buci's huis (of toch dat van zijn vader) was een beetje spartaans, maar we zaten daar goed. Het was een groot huis waar mensen een kamer konden huren. En dus een kamer voor ons apart. (afgezien van de gekko die elke nacht op ons kussen kwam kakken)
Onze nieuwe kameraad Shaun besluit een feestje te geven en we zijn ook uitgenodigd. Het zal een avond worden met veel tequilla, bier, chips en een luxe kamer met airco en een prive badkamer met zalig ,gezegend-zij-u, warm water. zalig om in deze hitte het zweet er eens goed te kunnen afspoelen en daarna in de koelte te slapen.
's anderendaags gaan we met 3 fransen mee naar hun appartement waar ze een tennisplein hebben. Op blote voeten was het niet echt ideaal tenissen maar ge kunt niet geloven hoe goed ik me geamuseerd heb.
Shaun kan ons de volgende dag een lift naar Singapore geven (gewoon de brug over rijden) en gelukkig kunnen we hier ook couchsurfen want Singapore is DUUR!
Hier niks dan winkels van dure merken. Gucci, D&G, ... Geen H&M te zien hoor.
Singepore is a "fine" country. Voor elke prul krijg je hier een boete (fine).
We hebben ons laten vertellen dat je zelfs geen sigaretten afkomstig van een ander land mag roken. Er moet een stempel van Singapore opstaan. Gelukkig dat wij niet roken.
Er is hier de Singapore Biennale aan de gang, dus Koenraad heeft zich kunnen uitleven. De inkom was redelijk duur dus ik heb mij buiten op een bankje gezet en mij 2u!!! beziggehouden met lezen. En de volgende dag opnieuw 4u!!.
We gaan nog eens zien naar esplanade, the boathouse, de baai en dan terug naar Johor Bahru met de MRT en de bus.
Vanaf nu gaan we via de oostkust naar omhoog rijden dus het eerste plaatsje waar we nu stoppen is Kluang, in de spreekwoordelijke 'middle of nowhere'. Hier kunnen we bij een Chinese familie slapen. Enkel de zoon (Kim Juan) spreekt Engels, de ouders niet maar dat is geen probleem. Het is echt verbazingwekkend hoeveel Chinezen we al buiten China zijn tegengekomen.
De pa van KimJuan is een vinnig oud baasje en hij biedt Koenraad 's avonds een blikje bier aan (in Malaysia is alcohol vreselijk duur vanwege de taks. De overheid probeert zo alcohol gebruik te minimaliseren. Voor moslims die betrapt worden op alcohol gebruik wacht een fikse boete, gevangenisstraf of zweepslagen).
Bij toeval blijft er de volgende dag ook nog een Australier slapen die van plan is met de fiets Zuid-oost Azie te doorkruisen. Lang gaat hij dat volgens mij toch niet volhouden want hij doet niks anders dan zich door iemand laten voorttrekken. (Ja ook door onzen Timmy).
Maar op ne keer is het toch eens ferm mis gegaan, hij hield zich vast aan een camion maar die ging net iets te snel en toen is hij met zijn gezicht tegen de grond gegaan. Hij heeft geluk gehad dat hij niet onder de wielen is terecht gekomen.
KimJuan neemt ons mee naar de markt van Ayer Itam, naar een organische fruitfarm, een chinese tempel en naar Little India. Als Koenraad en ik 's avonds na lang zoeken eindelijk een zonnebril voor mij kopen blijkt dat we zijn opgelicht. De verkoper (een opticien) had gezegd dat het een originele was maar na het in een andere winkel getest te hebben bleek dat het een imitatie (wel een hele goeie) was. Wij dus terug om ons geld terug te vragen. Als we eindelijk bij de winkel aankomen is deze vreemd genoeg nog gesloten. Plots herkennen we de optieker en we gaan op hem af, maar zodra hij ons in het oog heeft probeert hij te vluchten richting de lift. De lift is vandaag niet zijn beste vriend en laat hem lang genoeg wachten zodat wij hem kunnen tegenhouden (dank u lift!).Dus:geld teruggevraagd. De verkoper wou ons nog 3 procent visakosten aanrekenen maar toen is Koenraad eens ferm in zijn kram geschoten en kregen we onze centen terug.
In Mersing start de zoektocht naar een goedkoop hotelletje opnieuw. We vinden niet dadelijk iets naar ons budget wanneer er plots een Chinees ons aanbiedt om bij zijn thuis te slapen. We keken er eigenlijk naar uit van ons eventjes af te zonderen van de buitenwereld, maar we kunnen weer niet weigeren. We gaat er dus (met tegenzin) op in.
Onze Chinees is een eenzame man met een groot huis. De man (Mr. Foo) is volgens mij de dorpsgek ofzo. Hij heeft 35 kippen in piepkleine hokjes zitten. De arme beestjes kunnen zich niet eens omdraaien. Mr. Foo herhaalt ook alles 27 keer, en de volgende dag opnieuw. Hij heeft neuskanker gehad en er loopt constant oranje pus uit zijn neus.
Hij wil ook alles voor ons beslissen, bv welke saus we moeten eten, of ik me met warm of koud water douch, hoe laat ik moet opstaan, hoe laat we de boot moeten pakken, wanneer we de brommerband laten vervangen,... alles gewoon.
Elke ochtend om 6u staat hij op om aan het strand ochtendgymnastiek te doen en hij verwacht van ons hetzelfde. Dus de volgende ochtend, na wakker gemaakt te worden door onze wekker van de moskee, hebben we het aan ons been. Eerst moeten we een rondje wandelen over een bergske, hier en daar eens goed inademen want ze hebben goei lucht daar hoor (haha) en dan wat stretch- en ademhalingsoefeningen bij een kung-fu meester. De sessie wordt afgesloten met een lachoefening. De tranen stroomden over mijn wangen.
We kunnen de brommer bij Mr. Foo laten staan als we de boot naar Tioman-island nemen. Hier is het echt een paradijs. Het weer is goed, niet teveel touristen, helder water dus ideaal om te snorkelen. Aan het marinepark stikt het van de vissen. Ze zwemmen zelfs tegen mijn bril aan en knabbelen aan mijn horloge. Ze hebben alle kleuren en maten. jaja zelfs fluo kleuren. Heel mooi.
Je kan je met de auto naar de andere kant van het eiland laten brengen voor 700 frank de man of je kan ook wandelen door de jungle. Rara wat zouden wij gekozen hebben. Een tocht van 3u heen, wat lezen op het strand en snorkelen, en 3u terug. Amai dat voelt ge 's anderendaags wel. Of misschien zijn we gewoon oud aan het worden.
Tijdens een van mijn snorkelsessies heb ik behalve zeekomkommers, koraal (veel dood) en zee-egels, mijn eerste haai gespot. Een kleintje met een zwarte tip op zijn rugvin. Ik was echt onder de indruk. Jammer dat ze zo snel zijn.
En dan komen we terug in het land van Mr. Foo. Als hij ons de volgende dag na de ochtendgymnastiek mee eten neemt, besluit hij weer voor ons te bestellen. Koenraad wilt meegaan om zeker te zijn dat zijn maaltijd vegan is. De man is daar blijkbaar niet mee gediend en duwt Koenraad een beetje weg en zegt: ga zitten, ga zitten, you sit, go sit, sit down, you go... Koenraad ontwikkelt een ochtendhumeur dat bij elke herhaling exponentieel groeit en probeert zichzelf te kalmeren. Eventjes later verteld de goede mr. Foo dat Koenraad zijn twee curry's met elkaar moet mengen. Maar om zeker te zijn dat Koenraad zijn woorden goed heeft begrepen begint hij met zijn gebruikte lepel in Koenraad zijn bord te roeren. Wslgelijk. De stoom kwam uit Koenraads oren en er manifesteerde zich een ader ter grootte van de Mekong op zijn voorhoofd van woede(haha)
Onderweg naar Kuantan heeft Koenraad zijn pet kwijt gedaan. Reeds 8 jaar was hij er de trotse eigenaar van dus het viel hem wel zwaar. Hij was zelfs bereid er 80km voor terug te rijden om op speurtocht te gaan. Maar de rede kon uiteindelijk zegevieren en met pijn in het hart en het hoofd hebben we de reis verdergezet.
Het weer begint weer regenachtig te worden dus onze stop aan Cherating Beach valt in het water.
In Cukai willen we naar de firefly's gaan maar owv het slechte weer hebben we ook hier weer geen geluk mee. De vuurvliegjes zijn namelijk te lui om te werken als het regent.
In Marang kunnen we slapen in een kamertje dat een Malay familie nog op overschot heeft. Er staat wel geen bed in maar gelukkig hebben we ons matraske nog. Adila komt ons om 9u vragen of alles naar wens is. Ze is zo gelukkig dat ze contact kan hebben met buitenlanders en ze doet niks anders dan vragen stellen over Belgie, onze cultuur en onze reis. Ze hebben hier nog nooit ne buitelander gezien, alleen in de boekskes, en ze bekijken ons dus alsof we twee dansende aapkes zijn met hun onderbroek binnestebuiten op hun kop... ongeveer!
Omdat het weer nog steeds slecht is varen er geen boten naar Kapas island dus besluiten we naar de Sekayu-waterval te rijden. Aan de onderkant van de berg is het mooi maar we besluiten toch om te voet naar de top te klimmen, op zoek naar meer en beter. De terugweg ging misschien 3x zo snel want onze queeste naar meer was beantwoord door MEER...MEER BLOEDZUIGERS. Zodra we hadden ontdekt dat we onder de bloedzuigers zaten schoot mijn vitesse in 5de en op een mum van tijd waren we beneden. Miljaar. En dat bloeden stopt dan nog niet dadelijk he! Heel mijn witte schoen ziet nu dus rood.
Het Kenyir Lake is de grootste 'manmade' vijver van ZO Azie. Helaas kunnen we er maar een half uurtje van genieten als we voor het donker terug willen zijn. En dan begint het te gieten. Kletsnat dus en helaas geen warm water om ons te douchen.
De volgende halte is Kuala Terranganu waar we de beste boterham ooit gegeten hebben. Groentjes met rozijnen, pitjes, appel en zelfgemaakte soyaboter. njam njam.
We willen stoppen in Merang maar dit blijkt zo een gat, er is niet eens een centrum, dat we besluiten door te rijden tot Kuala Besut. Hier kunnen we Timmy parkeren in een travelagency terwijl wij naar Pulau Kecil gaan. We moeten een klein bootje nemen dat zo hard gaat dat het lijkt alsof we vliegen over het water. En als dat dan met een schok neerkomt voelt ge dat ferm in uwe rug hoor!
Pulau Kecil is heel verschillend van Pulau Tioman. We vinden een betaalbare hut maar het uitzicht is veel minder. (Helaas waren alle hutten met zee-uitzicht reeds bezet)
Het koraal hier is helemaal dood. De zichtbaarheid tijdens het snorkelen is ook veel minder maar dat komt omdat het weer de afgelopen dagen niet goed geweest is.
Als we de volgende dag op snorkeltrip gaan hebben we de boot voor ons alleen. Maar helaas niet het water. We stoppen eerst aan fishpoint waar we, behalve duizenden vissen in alle kleuren en maten, ook weer een haai zien. Deze keer hebben we zwemvliezen aan dus kunnen we hem toch even volgen. In Sharkpoint heb ik er geen enkele gezien. Doeme toch. En dan gingen we richting turtle bay. Er waren zeker 10 boten aan het rondvaren op zoek naar een zeeschildpad. Gelukkig had onze bootman als eerste eentje gezien (aan het grazen op de bodem) dus hadden we toch 5 sec de schildpad voor ons alleen. Van zodra de andere boten zagen dat we te water gingen vlogen ze naar ons toe en voor ik het wist had ik 7 zwemvliezen in mijn gezicht gehad en belemmerden 9 dikke pensen mijn zicht. Dit was echt NIET fijn. Daarna hadden we er nog eentje gezien maar ook hier weer hetzelfde verhaal.
De stop aan the lighthouse is bekent om het mooi koraal,... ja wadde. Ook hier weer veel afgestorven stukken. En dan was er dat kleine visje. Hij vond mijn ogen blijkbaar heel interessant want hij zwom constant tegen mijn bril aan. Al scheel kijkend kon ik toch nog zien dat hij er goed uitzag maar na wat te ver te zijn afgedreven moest ik al mijn krachten bundelen om tegen de sterke stroming terug tot aan de boot te zwemmen zonder mijn zwemvliezen ( op de boot achtergelaten) Gelukkig kwam Koenraad mij redden en zo sleepte Taxi-Koenraad mij naar de boot, lief he!
De laatste halte was dan romantic beach en voor even was het de naam waardig. Een mooi strand met mooi helder water. Goed verstopt onder het zand vonden we dan een pijlstaartrog. Een kei groot beest met een lange staart. Een beetje verderop zaten er nog verschillende kleintjes, grijze met gele stippen en een scorpionfish. En toen kwamen ook hier weer boten vol touristen aan. Toen was het sprookje over.
De volgende dag namen we de boot (vliegboot) terug en zijn we verder gereden naar Kota Bharu. Onderweg stoppen we aan een 300 jaar oude moskee die geheel uit hout gebouwd is en waarbij ze geen ijzeren nagels gebruikt hebben. Maar omdat we geen moslim zijn mochten we er niet binnen (en nog ne keer gedoopt worden zit er niet in! trois est trop!)
voila het zweet druipt hier van mijne rug af (ja het is terug warm warm warm)
tot de volgende
gr
Els en Koenraad
deze post is gewijd aan Koenraad zijn pet o2003 +2011
In Malaysia hebben ze net zoals bij ons de gewoonte dat zo goed als alles hier op zondag gesloten is. Toch wel een verschil met bv. Thailand. Nog zo een verschil: Malaysia is een moslimland dus elke ochtend rond 5.30 galmt de moskee,... zucht, ik snak naar nog eens een nachtje doorslapen!!! Ook hebben ze hier aan elk tankstation een gebedsruimte naast de toiletten. Koenraad heeft zich zo eens bijna vergist maar nog net op tijd zijn fout ingezien. haha.
In Batu Pahat hebben we weer een vegetarisch restaurant gevonden. Na ons eten nodigen de eigenaar en een dienster ons uit om naar hun tempeltje boven het restaurant te gaan kijken. Het is een Taoist tempel (het best te merken aan een dikke smiling Boeddha).
Dus wij, vooral om hen content te stellen, eens gaan kijken.
Op de tweede verdieping is er een klein tempeltje ingericht, speciaal voor wie na het eten nog wat wil bidden. Ze zijn er zo fier op dat wij komen kijken dat ze vragen of wij graag een ceremonie willen zien. Natuurlijk willen wij dat!!! Maar later blijkt dat wij een onderdeel van de ceremonie zijn en de speciale Meester is al onderweg!
Enfin, 'neen' is geen optie meer en uiteindelijk moeten we een ontvangstritueel ondergaan. dwz: Er kwam een speciale priester wat handbewegingen voor ons gezicht doen, we moesten heel veel knielen en buigen en vooral onze lach inhouden. Hij heeft ons ook wat geheimen verteld, maar die kunnen wij nu niet schrijven want anders zijn het geen geheimen meer! Resultaat: weer eens ne keer tegen onze goesting gedoopt. Den Engel aan de Hemele poort zal nogal jaloers zijn als hij ziet hoe heilig wij wel niet zijn.
Na de ceremonie werd ons nog wat fruit en opnieuw eten geserveerd, en niet te vergeten, de eigenaar nam ook de rekening van ons restaurantbezoek voor zijn rekening. Jippa!
Johar Bahru is zowat het zuidelijkste punt van Malaysia en we kunnen er weer terecht bij een couchsurfer, deze keer Buci genaamd. Hij is half Chinees, half Frans.
Samen met Shaun (ook cs'er) komt hij ons oppikken en gaan we rechtstreeks naar een cs bijeenkomst. Het had onderweg geregend dus met een natte poep zat ik daar niet echt op mijn gemak.
Buci's huis (of toch dat van zijn vader) was een beetje spartaans, maar we zaten daar goed. Het was een groot huis waar mensen een kamer konden huren. En dus een kamer voor ons apart. (afgezien van de gekko die elke nacht op ons kussen kwam kakken)
Onze nieuwe kameraad Shaun besluit een feestje te geven en we zijn ook uitgenodigd. Het zal een avond worden met veel tequilla, bier, chips en een luxe kamer met airco en een prive badkamer met zalig ,gezegend-zij-u, warm water. zalig om in deze hitte het zweet er eens goed te kunnen afspoelen en daarna in de koelte te slapen.
's anderendaags gaan we met 3 fransen mee naar hun appartement waar ze een tennisplein hebben. Op blote voeten was het niet echt ideaal tenissen maar ge kunt niet geloven hoe goed ik me geamuseerd heb.
Shaun kan ons de volgende dag een lift naar Singapore geven (gewoon de brug over rijden) en gelukkig kunnen we hier ook couchsurfen want Singapore is DUUR!
Hier niks dan winkels van dure merken. Gucci, D&G, ... Geen H&M te zien hoor.
Singepore is a "fine" country. Voor elke prul krijg je hier een boete (fine).
We hebben ons laten vertellen dat je zelfs geen sigaretten afkomstig van een ander land mag roken. Er moet een stempel van Singapore opstaan. Gelukkig dat wij niet roken.
Er is hier de Singapore Biennale aan de gang, dus Koenraad heeft zich kunnen uitleven. De inkom was redelijk duur dus ik heb mij buiten op een bankje gezet en mij 2u!!! beziggehouden met lezen. En de volgende dag opnieuw 4u!!.
We gaan nog eens zien naar esplanade, the boathouse, de baai en dan terug naar Johor Bahru met de MRT en de bus.
Vanaf nu gaan we via de oostkust naar omhoog rijden dus het eerste plaatsje waar we nu stoppen is Kluang, in de spreekwoordelijke 'middle of nowhere'. Hier kunnen we bij een Chinese familie slapen. Enkel de zoon (Kim Juan) spreekt Engels, de ouders niet maar dat is geen probleem. Het is echt verbazingwekkend hoeveel Chinezen we al buiten China zijn tegengekomen.
De pa van KimJuan is een vinnig oud baasje en hij biedt Koenraad 's avonds een blikje bier aan (in Malaysia is alcohol vreselijk duur vanwege de taks. De overheid probeert zo alcohol gebruik te minimaliseren. Voor moslims die betrapt worden op alcohol gebruik wacht een fikse boete, gevangenisstraf of zweepslagen).
Bij toeval blijft er de volgende dag ook nog een Australier slapen die van plan is met de fiets Zuid-oost Azie te doorkruisen. Lang gaat hij dat volgens mij toch niet volhouden want hij doet niks anders dan zich door iemand laten voorttrekken. (Ja ook door onzen Timmy).
Maar op ne keer is het toch eens ferm mis gegaan, hij hield zich vast aan een camion maar die ging net iets te snel en toen is hij met zijn gezicht tegen de grond gegaan. Hij heeft geluk gehad dat hij niet onder de wielen is terecht gekomen.
KimJuan neemt ons mee naar de markt van Ayer Itam, naar een organische fruitfarm, een chinese tempel en naar Little India. Als Koenraad en ik 's avonds na lang zoeken eindelijk een zonnebril voor mij kopen blijkt dat we zijn opgelicht. De verkoper (een opticien) had gezegd dat het een originele was maar na het in een andere winkel getest te hebben bleek dat het een imitatie (wel een hele goeie) was. Wij dus terug om ons geld terug te vragen. Als we eindelijk bij de winkel aankomen is deze vreemd genoeg nog gesloten. Plots herkennen we de optieker en we gaan op hem af, maar zodra hij ons in het oog heeft probeert hij te vluchten richting de lift. De lift is vandaag niet zijn beste vriend en laat hem lang genoeg wachten zodat wij hem kunnen tegenhouden (dank u lift!).Dus:geld teruggevraagd. De verkoper wou ons nog 3 procent visakosten aanrekenen maar toen is Koenraad eens ferm in zijn kram geschoten en kregen we onze centen terug.
In Mersing start de zoektocht naar een goedkoop hotelletje opnieuw. We vinden niet dadelijk iets naar ons budget wanneer er plots een Chinees ons aanbiedt om bij zijn thuis te slapen. We keken er eigenlijk naar uit van ons eventjes af te zonderen van de buitenwereld, maar we kunnen weer niet weigeren. We gaat er dus (met tegenzin) op in.
Onze Chinees is een eenzame man met een groot huis. De man (Mr. Foo) is volgens mij de dorpsgek ofzo. Hij heeft 35 kippen in piepkleine hokjes zitten. De arme beestjes kunnen zich niet eens omdraaien. Mr. Foo herhaalt ook alles 27 keer, en de volgende dag opnieuw. Hij heeft neuskanker gehad en er loopt constant oranje pus uit zijn neus.
Hij wil ook alles voor ons beslissen, bv welke saus we moeten eten, of ik me met warm of koud water douch, hoe laat ik moet opstaan, hoe laat we de boot moeten pakken, wanneer we de brommerband laten vervangen,... alles gewoon.
Elke ochtend om 6u staat hij op om aan het strand ochtendgymnastiek te doen en hij verwacht van ons hetzelfde. Dus de volgende ochtend, na wakker gemaakt te worden door onze wekker van de moskee, hebben we het aan ons been. Eerst moeten we een rondje wandelen over een bergske, hier en daar eens goed inademen want ze hebben goei lucht daar hoor (haha) en dan wat stretch- en ademhalingsoefeningen bij een kung-fu meester. De sessie wordt afgesloten met een lachoefening. De tranen stroomden over mijn wangen.
We kunnen de brommer bij Mr. Foo laten staan als we de boot naar Tioman-island nemen. Hier is het echt een paradijs. Het weer is goed, niet teveel touristen, helder water dus ideaal om te snorkelen. Aan het marinepark stikt het van de vissen. Ze zwemmen zelfs tegen mijn bril aan en knabbelen aan mijn horloge. Ze hebben alle kleuren en maten. jaja zelfs fluo kleuren. Heel mooi.
Je kan je met de auto naar de andere kant van het eiland laten brengen voor 700 frank de man of je kan ook wandelen door de jungle. Rara wat zouden wij gekozen hebben. Een tocht van 3u heen, wat lezen op het strand en snorkelen, en 3u terug. Amai dat voelt ge 's anderendaags wel. Of misschien zijn we gewoon oud aan het worden.
Tijdens een van mijn snorkelsessies heb ik behalve zeekomkommers, koraal (veel dood) en zee-egels, mijn eerste haai gespot. Een kleintje met een zwarte tip op zijn rugvin. Ik was echt onder de indruk. Jammer dat ze zo snel zijn.
En dan komen we terug in het land van Mr. Foo. Als hij ons de volgende dag na de ochtendgymnastiek mee eten neemt, besluit hij weer voor ons te bestellen. Koenraad wilt meegaan om zeker te zijn dat zijn maaltijd vegan is. De man is daar blijkbaar niet mee gediend en duwt Koenraad een beetje weg en zegt: ga zitten, ga zitten, you sit, go sit, sit down, you go... Koenraad ontwikkelt een ochtendhumeur dat bij elke herhaling exponentieel groeit en probeert zichzelf te kalmeren. Eventjes later verteld de goede mr. Foo dat Koenraad zijn twee curry's met elkaar moet mengen. Maar om zeker te zijn dat Koenraad zijn woorden goed heeft begrepen begint hij met zijn gebruikte lepel in Koenraad zijn bord te roeren. Wslgelijk. De stoom kwam uit Koenraads oren en er manifesteerde zich een ader ter grootte van de Mekong op zijn voorhoofd van woede(haha)
Onderweg naar Kuantan heeft Koenraad zijn pet kwijt gedaan. Reeds 8 jaar was hij er de trotse eigenaar van dus het viel hem wel zwaar. Hij was zelfs bereid er 80km voor terug te rijden om op speurtocht te gaan. Maar de rede kon uiteindelijk zegevieren en met pijn in het hart en het hoofd hebben we de reis verdergezet.
Het weer begint weer regenachtig te worden dus onze stop aan Cherating Beach valt in het water.
In Cukai willen we naar de firefly's gaan maar owv het slechte weer hebben we ook hier weer geen geluk mee. De vuurvliegjes zijn namelijk te lui om te werken als het regent.
In Marang kunnen we slapen in een kamertje dat een Malay familie nog op overschot heeft. Er staat wel geen bed in maar gelukkig hebben we ons matraske nog. Adila komt ons om 9u vragen of alles naar wens is. Ze is zo gelukkig dat ze contact kan hebben met buitenlanders en ze doet niks anders dan vragen stellen over Belgie, onze cultuur en onze reis. Ze hebben hier nog nooit ne buitelander gezien, alleen in de boekskes, en ze bekijken ons dus alsof we twee dansende aapkes zijn met hun onderbroek binnestebuiten op hun kop... ongeveer!
Omdat het weer nog steeds slecht is varen er geen boten naar Kapas island dus besluiten we naar de Sekayu-waterval te rijden. Aan de onderkant van de berg is het mooi maar we besluiten toch om te voet naar de top te klimmen, op zoek naar meer en beter. De terugweg ging misschien 3x zo snel want onze queeste naar meer was beantwoord door MEER...MEER BLOEDZUIGERS. Zodra we hadden ontdekt dat we onder de bloedzuigers zaten schoot mijn vitesse in 5de en op een mum van tijd waren we beneden. Miljaar. En dat bloeden stopt dan nog niet dadelijk he! Heel mijn witte schoen ziet nu dus rood.
Het Kenyir Lake is de grootste 'manmade' vijver van ZO Azie. Helaas kunnen we er maar een half uurtje van genieten als we voor het donker terug willen zijn. En dan begint het te gieten. Kletsnat dus en helaas geen warm water om ons te douchen.
De volgende halte is Kuala Terranganu waar we de beste boterham ooit gegeten hebben. Groentjes met rozijnen, pitjes, appel en zelfgemaakte soyaboter. njam njam.
We willen stoppen in Merang maar dit blijkt zo een gat, er is niet eens een centrum, dat we besluiten door te rijden tot Kuala Besut. Hier kunnen we Timmy parkeren in een travelagency terwijl wij naar Pulau Kecil gaan. We moeten een klein bootje nemen dat zo hard gaat dat het lijkt alsof we vliegen over het water. En als dat dan met een schok neerkomt voelt ge dat ferm in uwe rug hoor!
Pulau Kecil is heel verschillend van Pulau Tioman. We vinden een betaalbare hut maar het uitzicht is veel minder. (Helaas waren alle hutten met zee-uitzicht reeds bezet)
Het koraal hier is helemaal dood. De zichtbaarheid tijdens het snorkelen is ook veel minder maar dat komt omdat het weer de afgelopen dagen niet goed geweest is.
Als we de volgende dag op snorkeltrip gaan hebben we de boot voor ons alleen. Maar helaas niet het water. We stoppen eerst aan fishpoint waar we, behalve duizenden vissen in alle kleuren en maten, ook weer een haai zien. Deze keer hebben we zwemvliezen aan dus kunnen we hem toch even volgen. In Sharkpoint heb ik er geen enkele gezien. Doeme toch. En dan gingen we richting turtle bay. Er waren zeker 10 boten aan het rondvaren op zoek naar een zeeschildpad. Gelukkig had onze bootman als eerste eentje gezien (aan het grazen op de bodem) dus hadden we toch 5 sec de schildpad voor ons alleen. Van zodra de andere boten zagen dat we te water gingen vlogen ze naar ons toe en voor ik het wist had ik 7 zwemvliezen in mijn gezicht gehad en belemmerden 9 dikke pensen mijn zicht. Dit was echt NIET fijn. Daarna hadden we er nog eentje gezien maar ook hier weer hetzelfde verhaal.
De stop aan the lighthouse is bekent om het mooi koraal,... ja wadde. Ook hier weer veel afgestorven stukken. En dan was er dat kleine visje. Hij vond mijn ogen blijkbaar heel interessant want hij zwom constant tegen mijn bril aan. Al scheel kijkend kon ik toch nog zien dat hij er goed uitzag maar na wat te ver te zijn afgedreven moest ik al mijn krachten bundelen om tegen de sterke stroming terug tot aan de boot te zwemmen zonder mijn zwemvliezen ( op de boot achtergelaten) Gelukkig kwam Koenraad mij redden en zo sleepte Taxi-Koenraad mij naar de boot, lief he!
De laatste halte was dan romantic beach en voor even was het de naam waardig. Een mooi strand met mooi helder water. Goed verstopt onder het zand vonden we dan een pijlstaartrog. Een kei groot beest met een lange staart. Een beetje verderop zaten er nog verschillende kleintjes, grijze met gele stippen en een scorpionfish. En toen kwamen ook hier weer boten vol touristen aan. Toen was het sprookje over.
De volgende dag namen we de boot (vliegboot) terug en zijn we verder gereden naar Kota Bharu. Onderweg stoppen we aan een 300 jaar oude moskee die geheel uit hout gebouwd is en waarbij ze geen ijzeren nagels gebruikt hebben. Maar omdat we geen moslim zijn mochten we er niet binnen (en nog ne keer gedoopt worden zit er niet in! trois est trop!)
voila het zweet druipt hier van mijne rug af (ja het is terug warm warm warm)
tot de volgende
gr
Els en Koenraad
deze post is gewijd aan Koenraad zijn pet o2003 +2011
Abonneren op:
Posts (Atom)








