Tijdens de eerste dag van Chinees Nieuwjaar gaan we samen met de andere couchsurfers naar Chinatown in Bangkok. Een MASSA volk daar. Er is amper een doorkomen aan, dan is de straat nog eens afgesloten omdat de prins langskomt. Er zijn optredens maar we zien er amper iets van, het enige wat ik zie zijn bezwete Chinese ruggen.
We zijn al veel te lang in Bangkok gebleven naar ons goesting dus ... we gaan er weer vandoor!
Met de brommer richting Maleisie. Het zal toch wel een tiental dagen duren voor we de grens bereiken.
De eerste stop is Petchaburi. De mensen van het guesthouse waar we blijven zijn net tamarind aan het inpakken en we mogen smullen zoveel we willen. Dat moeten ze mij geen twee keer zeggen.
Hier vieren ze ook Chinees Nieuwjaar en deze keer kunnen we er wel van genieten. Miss en Mister verkiezingen(ook voor kinderen) waarbij elke deelnemer met een eigen 'pose' eindigd, acrobaten, draken, en we sluiten de avond af met het kijken van een Chinese film op een groot scherm op straat.
De olie van de brommer moet dringend nog eens ververst worden dus voor we doorrijden naar Chumpon springen we nog even langs in de brommerwinkel. Als we ons verhaal vertellen steken ze ons druiven en mandarijnen toe.
Na een lange rijdag komen we dan eindelijk in Chumphon aan. Hier zijn opnieuw weer veel “witte” gezichten te zien.
Als we onderweg aan de lichten stoppen doet de automobilist die naast ons gestopt is teken, wij weten eerst niet wat hij bedoelt maar zijn raar gezwaai doet ons nieuwschierig dichter bij hem gaan. Dat was blijkbaar wat hij wou en hij geeft ons zomaar twee flessen water cadeau omdat hij ziet (aan de nummerplaat) dat we van Chiang Mai komen (en dat ligt zo een 1300 km hier vandaan) . Met een brede glimlach rijden we dan verder naar Sichon. We hebben geen goesting en/of centen om een hotel te betalen en zoeken naar een tempel om te overnachten. In het dorpje wijst een vriendelijke medemens ons de weg naar een tempel waar we onze tent kunnen opzetten.
We worden hier ontvangen door een heel vinnig oud buddhistisch nonneke (mae chee). Ze praat veel en wij verstaan weinig. Maar dat belet ons niet elkaar te verstaan (of ze moet gezien hebben dat wij een tent bijhadden). Ze toont ons een mooi prieel waaronder we onze tent mogen zetten en overlaadt ons met fruit en water. super genereus.
De volgende ochtend, wanneer de monniken terugkomen van hun ronde (ze gaan door de straten om eten op te halen want ze mogen enkel eten wat aan hen gegeven wordt) bieden ze ons een bord aan. Maar het is allemaal vlees dus we weigeren beleefd. Wel raar om tegen een Buddhistische monnik te zeggen dat je geen vlees eet. Ik dacht altijd dat buddhisten geen vlees mochten eten maar blijkbaar mogen Thaise monniken, tegenwoordig, wel beestjes eten maar niet zelf doden (?).
We rijden naar het strand en eten onns muesli ontbijt op voor we vertrekken naar Nakhon Si Tamarat. Onderweg kopen we voor 2.5 euro nog een nieuwe-tweedehandse uitlaat voor onze Timmy dus die is ook weer content, gedaan met de Harley-Timmyson.
In Nakhon Si Tamarat vinden we weer een lekker vegetarisch eetbrakske waar de vrouw ons gratis soep meegeeft. Het begint een gewoonte te worden (but we like it haha)
Onderweg naar Songkhla springt de teller van Timmy terug op nul. Al ooit meegemaakt? 99999km. Jawadde. We overwegen hem te verkomen als nieuw en met de winst de vlieger naar Mexico te nemen om daar, met een grote sombrero op ons hoofd, tequila te drinken in de schaduw van een cactus (of toch vooral Koenraad).
In Songkhla staat er op het strand een standbeeld van een zeemeermin en een beetje verder nog een van een kat en een muis. De kat en de muis stellen eilanden voor die je kan zien vanaf het strand. Er is een legende die het verhaal vertelt hoe ooit een kat, een muis en een hond op piratenboot het piratenleventje beu waren en met een grote parel en blablabla, het komt neer op het verhaal van de raaf, de vos en de kaas en ze zijn allemaal verdronken, behalve de hond, en eilanden geworden. FIN
Het is hier in Sonkhla ook de eerste keer dat we zoveel meisjes zien die een hoofddoek dragen en het zal niet de laatste keer zijn. We zitten nu officieel in het moslim gedeelte van zuid-Thailand.
Er is een schoolfeest aan de gang waar we onze coupe gratis onder handen kunnen laten nemen. Na heel wat bekijks en enthousiasme van verschillende kappers-in-spe ziet Koenraad eruit als een Rus. Haha kei grappig.
Voor we naar de grens rijden worden we weer overladen met fruit en drinken van de mensen van het Vegetarisch eetbrakske. Thumbs up for thailand!!!
...of dat is net iets te vroeg gekraaid. Aan de grens zijn ze aan de Thaise kant kei onvriendelijk. We hebben niet zo goed naar ons visum gekeken en zijn blijkbaar 1 dag te laat dus we moeten overstay betalen. 500 bath elk (= 12.5 euro) gggrrr
Aan de Malay kant zijn ze daarentegen super vriendelijk. Het meisje van de verzekering is eigenlijk een Thaise, en nadat Koenraad een beetje de smooth-operator uithangt krijgen we onze Maleisische nummerplaat zomaar gratis en voor niks.
Maar net als we denken dat hier alles gemakkelijk gaat lopen we tegen de bureaucratische muur. In Maleisie mag je geen gemodificeerde brommer hebben. En laten we zeggen dat een sidecar een serieuze modificatie is. Het verkeersbureau kan ons geen toelating geven om in Maleisie rond te rijden. Wie in Maleisie met zo'n voertuig rijdt moet een apart rijbewijs hebben en het voertuig moet dienen voor goederen of gehandicapten te vervoeren (Els valt niet onder goed noch gehandicapt). We zetten ons gezicht dus op 'geslagen hond' en krijgen hoe langer hoe meer de mensen van het bureau aan onze kant. Na een tijdje lijkt het alsof zij even graag willen dat wij in Maleisie rondsjeezen en ze beginnen telefoontjes te doen naar verantwoordelijken en bazen der bureaucrazy (pun intended). Na een uur of 2 krijgen we de nodige papieren en de wereld ziet er schoner uit. Toch effe stressen hoor! We krijgen het hele bureau mee op de foto en we zijn ribbedebie.
Omdat het al bijna avond is moeten we overnachten in Alor Star waar niks meer te zien is. Hier komen niet veel niet-moslims dus schaf ik me een hoofddoek aan (die ik nog niet gebruikt heb tot op de dag van vandaag).
Via smalle baantjes en door de rijstvelden rijden we naar Georgetown, op Penang eiland. Onderweg maken we kennis met mijnheer Spontane Regenval. Hij valt met bakken uit de lucht. Gelukkig kunnen we schuilen in een chinese tempel waar ze een toneelstuk aan het opvoeren zijn. We verstaan er geen woord van maar het komt heel grappig over. Na een uurtje beslissen we het er toch op te wagen maar eerst kopen we een regenzeil om onze bagage te beschermen. En gaan weer de hort op. Doornat (maar met droge bagage) komen we aan in Georgetown waar we een super vriendelijke Indier een kamer boeken. Hier wonen kei veel Chinezen dus ook hier ist weer feestje. Drakendans, leeuwendans, acrobaten, vuurwerk, het is er allemaal en elke dag een week aan een stuk.
We doen een poging om de stad te voet te verkennen maar het is er zo warm dat het niet meer te doen is. Na een bezoekje aan fort Cronwallis zoeken we dekking in het museum, LEVE DE AIRCO.
Blijkbaar verkopen ze hier een drankje gemaakt van cocossap, het is gefermenteerd cocoswater waar veel alcohol inzit en we worden bijna verplicht om het te drinken als we de “barak” binnengaan. De Indische uitbater is de ganse dag door zat, maar wel vriendelijk, maar zijn cocossap is ,... walgelijk.
Als we met de brommer het eiland rondrijden komen we langs een populair strand, een tropische fruitplantage, veel natuur, een tempel en uiteraard kan de regen ook nu niet ontbreken.
Doornat komen we bij ons hotel aan maar de deur is gesloten want onze Indische vriend zit op 't toilet. En wij worden van doornat doornatter.
De Kek lok si tempel is toch wel indrukwekkend. Het bestaat uit allemaal kleinere tempels en even verderop is er een immens standbeeld met immense zuilen rond. En in elke zuil zijn er allemaal motieven gegraveerd. Echt knap! Made in China.
De slangentempel viel wat tegen. Weinig tempel en weinig slang.
's Avonds waren er dan wel weer chinese optredens. Chinees nieuwjaar duurt twee weken. Twee weken niks anders dan feest feest feest.
Het is weer tijd om verder te rijden dus we beslissen naar Ipoh te rijden. Omdat we weeral maar eens doorweekt zijn en het al donker is stoppen we in het eerste hotel dat we tegenkomen. Het is wat boven ons budget tot ze ons een vriendenprijsje voorstellen. Eindelijk nog eens warm water, zalig!
De weg naar de Cameron Highlands is steil en bochtig. We zijn vergeten om extra naft mee te nemen dus op't einde is het effe spannend. Gelukkig komen we net op tijd een tankstation tegen. We zoeken een goedkoop guesthouse en gaan er nadien op uit. We ontdekken een verlaten campingsite. Alle facilities zijn er maar er is geen levende ziel te bespeuren. Het zou wel sjiek zijn om hier onze tent op te zetten maar dan moeten we onze bagage onbewaakt achterlaten dus misschien toch maar niet.
Mount Brinchang is de hoogste berg van de Cameron Highlands en onze Timmy heeft zijn beste bandje mogen voorzetten. Iedereen vertelde ons dat we er niet opkonden met ons brommerke maar hij heeft het met glans gedaan. Onderweg vielen er dan ook geregeld ogen als tutsballekes op de grond. Op de top heb je een mossy forrest waar we wat doorgedwaald hebben en dan wat verderop staat de uitkijktoren. Helaas was het bewolkt.
We gaan terug langs Ipoh maar niet voor we zeven keer fout rijden en uiteindelijk aankomen bij een oude man die van niks wist. Koenraad had blijkbaar het adres van onze couchsurfhost verkeerd ingegeven in de Ipod. Gggrrr.
Uiteindelijk zijn we dan toch op het juiste adres geraakt en onze ogen vielen bijna uit hun kassen. Wat een villa. We krijgen een kamer zoals we nog nooit een hotelkamer gehad hebben. Airco, eigen badkamer met regendouche,... woooow
Kian, onze host, neemt ons de volgende dag mee naar een grot met wat standbeelden van chinese goden, en naar een rots waar nog tekeningen uit de prehistorie opstaan. Zeer sjiek.
We trekken weer verder en doen een korte tussenstop in Taluk Intan waar ze hun eigen versie van de toren van Pisa hebben.
We overnachten in Kuala Selangor waar we na lang onderhandelen onze brommer binnen in het restaurant van het hotel mogen zetten. Van locals hadden we gehoord dat er hier veel brommers gestolen worden en we willen het niet riskeren. We moeten de volgende ochtend dan wel om 7u opstaan om hem buiten te zetten maar daarna kruipen we terug onze nest in. Uitslapen kan goed doen.
In Kuala Selangor hebben ze een heuvel waar een museum opstaat. Vanop die heuvel heb je een mooi uitzicht maar als we er ons ontbijt aan het eten zijn worden we bestormd door een bende apen. Er hangt er letterlijk eentje aan mijn broek te trekken, te bedelen voor een stukje fruit. Zoiets kan ik toch niet weigeren dus ze krijgen de appelschillen en de rest van de meloen. Er is 1 agressieve aap bij die we kunnen wegjagen door elastiekjes naar hem te schieten.
En dan gaat het richting Kuala Lumpur. Onderweg in het tankstation waar we voor de regen schuilen krijgen we weer koekjes en water toegestopt en na veel fout rijden komen we bij onze couchsurfhost Narita aan als het al donker is. Zij en haar vader zijn zeer genereus.
In de stad zelf gaan we eens een tourtje maken (te voet) en als we de moskee willen bezoeken krijg ik een kleed om alles te bedekken, inclusief mijn haren. We krijgen uitleg van een vrouw over hoe het er allemaal in zijn werk gaat en omdat het weer zo hard regent blijven we er tot het gebed begint.
Ik voel me al een paar dagen niet zo goed dus besluit ik om bloed te laten trekken in de kliniek.
Amai wat was me dat allemaal. Het begon al toen de secretaresse ons paspoort niet kon lezen. We moesten haar woord voor woord alles aanwijzen.
Dan vroeg ik of ze mijn ijzer konden testen en dat bleek geen probleem. Toen ik de spreekkamer van de dokter binnenkwam moest ik toch nog eens met mijn ogen knipperen. Het eerste wat hij zei (riep) was of ik Justin Bieber kende. Hij had meer interesse in onze reis dan in mijn gezondheidstoestand dus zijn onderzoek stelde echt NIKS voor. Bloed laten trekken is niet echt mijn favoriete bezigheid en toen bleek dat de secretaresse het ging doen kreeg ik het helemaal. Toen ze binnenkwam met een plastieke handschoen dacht ik dat ze deze ging aandoen om hygienisch te zijn, maar nee hoor, de handschoen diende om mijn arm af te binden. De eerste keer dat ze prikte kwam er volgens haar niet genoeg bloed uit dus moest ze nog een prikken in mijn andere arm. En nog een keer toen bleek dat ze niet genoeg afgenomen had.
Voor we bij de dokter moesten komen hadden we gevraagd of we met visa konden betalen en toen puntje bij paaltje kwam kon het natuurlijk niet meer. Ook het wachten op de uitslag ging van 1 naar 2 uur.
En moet ik het nog zeggen,... toen we de resultaten gingen ophalen stond de ijzer er niet op. Om zot te worden. Alles voor niks. Dit was echt een lachertje.
Maar maak je niet ongerust, mijn bloed was in orde.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten